Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 373 —
van eene enkele ster nagaat, maar te gelijker tijd op alle
sterren liet oog houdt, die lot éene figuur hehooren, dan
ziet men, dat ze zich alle te zamen zoo hewegen, dat de
geheele figuur van plaats verandert, lerwijl de onderlinge
stand der sterren dezelfde hlijfi. Wij nemen als voorbeeld
eene zoodanige figuur of sterrenbeeld, waaraan men den
naam van den Grooten Beer gegeven heeft, en die uit 7 hel-
dere sterren bestaat, geplaatst zoo als Fig. 117 ze voorstelt.
Fig. 117. Het is niet moeijelijk, dat sterrenbeeld
^ aan den noordelijken hemel le erken-
—nen, en met behulp van die figuur
a'^'''^ kan men voorts gemakkelijk de pool-
\ ster vinden. Als men namelijk door de
\ beide sterren, die in de figuur a en b
\ heeten, eene regie lijn trekt, en die lijn
\ verlengt lot op eenen afstand van a,
\ die vijfmaal zoo groot is als de afstand
van a tot b, dan heeft men de pool-
P ster. Houdt men op het sterrenbeeld
gedurende eenige uren het oog, dan ziet men het zich
zoodanig verplaatsen als in Fig. 118 is afgebeeld: eikester
fig- 118. beschrijft een' kring om
\ poolster, en blijft
* ^^iii ^ daarbij op denzelfden af-
i stand van haar. De figuur
^ i draait dus derwijze rond,
jjj. ^ ! dat ze uil den stand I
! pi « l overo^aat in H, daarna in
____________________________________
b ^ j |£ \ ; 111, alswanneer wij ze bij-
j na regt boven ons hoofd
i ƒ vinden, en eindelijk in IV.
' Wij zien, dat het daarbij
^^ * gemakkelijk is, eene be-
* paalde ster a bijv. in hare
verschillende standen le herkennen aan de plaatsing ten
opzigte van de andere sterren van hetzelfde beeld.
Hetgeen wij hier van de sterren van een en hetzelfde
beeld zeggen, geldt eveneens van de verschillende beelden.
Ook deze blijven in denzelfden stand ten opzigte van elk-