Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 3G0 —
O Kk
oostkant sterren opkomen, terwijl aan de westzijde alleen
sterren ondergaan, zoodat de bewegingen der verschillende
sterren en die der zon eene groote overeenkomst onder-
ling hebben. Om zich daarvan nog nader te overtuigen,
moet men eene en dezelfde ster zoo lang mogelijk gade-
slaan. Men kieze er bijv. eene die 's avonds bij zonson-
dergang opkomt en volge haar gedurende den ganschen
nacht; men ziet ze dan even als de zon eerst rijzen, .bo-
ven het zuiden haren hoogsten stand bereiken, en eindelijk
omstreeks het westen ondergaan. Zoo hebben wij ons dus
ook den door eene ster afgelegden weg voor te stellen als
een' boog hsr (Fig. 115), die schuins op den horizon ge-
plaatst is.
Alleen van zulk eene ster, die op-
kwam even nadat de zon onderge-
gaan was, is het ons mogelijk, den
loop te volgen tot aan het punt, waar
zij weder onder den gezigteinder ver-
dwijnt. Immers vestigen wij 's avonds
het oog op eene ster, die boven, of,
gelijk men ook wel zegt, in het zuiden staat, dan zien wij
haar enkel dalen en ondergaan; wij zien maar het ge-
deelte sr van den boog, en wij kunnen alleen als ver-
moeden aannemen, dat die ster ook ergens in h is opge-
komen, en den weg hs heeft afgelegd, 't welk dan eenige
uren vroeger moet hebben plaats gehad, dan het ons mo'
gelijk was de ster te zien. Eene ster, die eerst midden in
den nacht opkomt, kunnen wij zien rijzen, en nagaan tot
bijv. in i'; maar het wordt morgen, en weldra belet het
zonnelicht ons, haar verder in 't oog te houden, om ons
te vergewissen van 't gene ons zeer waarschijnlijk voor-
komt, dat namelijk die ster haren loop langs vervolgen
en eenige uren na de zon zelve ondergaan zal.
Vergelijken wij de beweging der sterren, die gelijktijdig
aan den hemel opkomen, met elkander, dan zien wij, dat
alle zonder onderscheid in geheel dezelfde schuinsche rig-
ting ten opzigte van den horizon omhoog gaan, en daarop
bij het ondergaan ook juist even veel hellen. Wijders, dat
eene ster, die opkomt aan een punt van den gezigteinder,
24