Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 3C5 -
de eleclriclleit der wolk met de tegengestelde eigenschap
van eene andere wolk of van een nabijgelegen gebouw, dan
houdt de oorzaak der ophooping van harsachtige electriciteit
naar het hoofd van den persoon plotseling op, en deze
vereenigt zich eensklaps in zijn ligchaam met glasachtige
electriciteit van den grond waarop hij slaat, en als wij
ons nu herinneren de hevigheid van den schok, die ons de
ontlading van eene Leidsche flesch reeds geeft, dan zullen
wij ons niet behoeven te verwonderen, dat de schok , die
hier geleden wordt, den dood veroorzaken kan.
Dat wijders de bliksem eene voorliefde voor metaal moet
hebben, kunnen wij nu reeds van te voren inzien. Immers
de electriciteit kiest den besten geleider, en rigt zij schade
aan, dan is het, als hij genoodzaakt wordt, bij gebrek van
beier, slechte geleiders te volgen, of wel goede, waarin ech-
ter wegens te geringe massa de hitte die zich ontwikkelt,
zóó aanmerkelijk wordt, dat zij smelten.
Op die gronden, en geleid door deze ervaring dat,
waar slechts eene voldoende metaalgeleiding bestaal, de
bliksem die altijd volgt, heeft Franklin eene inrigting
uitgedacht, om gebouwen, die getroffen mogten worden,
tegen beschadiging, vernieling of brand le vrijwaren. Zij
bestond hierin, dat men boven op het gebouw, "t welk
men beveiligen wilde, eene metalen slang plaatste, onder
aan die stang-eene andere ijzeren of koperen stang, of wel
een' looden reep van eenige duimen breedte vastschroefde
of klonk , deze langs den buitenmuur liet afdalen en uil-
loopen in eenige ijzeren stangen, die een eindweegs in den
grond indrongen. En ziet: de ondervinding leerde en leert
nog dagelijks, dat zulk een toestel, dien men bliksem-af-
leider genoemd heefl, geheel aan het oogmerk voldoet.
Daar de bliksem vooral de hoogst uitstekende voorwerpen
treft, zijn het in 't bijzonder kerken, torens, molens en
schepen, die behoefte hebben aan zoodanige beveiliging;
alleenstaande voorwerpen worden intusschen ook dikwerf
getroffen, al zijn ze niet hoog, zoo als boerenwoningen en
schuren, en zelfs menschen en dieren op het land. Om
daarvan zoo min mogelijk gevaar te loopen, moet men zich
verwijderen van hoog uitstekende voorwerpen, zich dus