Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
«SU
— 3C4 —
dat liij van het eene stuk metaal naar een ander, digtst
Lij gelegen, den kortsten weg gevolgd heeft, van daar op een
derde is overgegaan, en zoo voorts, en dat hij bepaaldelijk de
houten Lalken of steenen muren, die zich op zijnen weg,
van het eene metaal naar het andere, bevonden, heeft doen
splijten of scheuren-, waar hij daarentegen langs metalen
staven heen is gegaan, vindt men de omringende voor-
werpen , al waren ze ook met het metaal in aanraking ,
onbeschadigd.
Het is er ver af, dat men de wondervolle en ontzaggelijke
werking des bliksems, en de wijze, waarop hij ontstaat,
volledig vatten en verklaren kan. Evenwel er is hier eene
niet te miskennen overeenkomst met de verschijnselen der
electriciteit. Wat men bij het onweder op eene reusach-
tige schaal ziet en hoort, dat weet men in zwakke en ge-
ringe mate in 't klein na te bootsen. Maar dat niet alleen :
de beroemde Franklin heeft het eerst bewezen, dat het
onweder inderdaad niet anders dan een electrisch verschijn-
sel is. Het gelukte hem, met behulp van een' vlieger, zich
te overtuigen, dat eene onweerswolk dezelfde electriciteit
deelachtig is, die wij aan gewreven ligchamen waarnemen.
Zoodra men dit mag aannemen, laat zich alles wat wij
hiervan weten en leeren, op de lucht-electriciteit overbren-
gen, en worden vele dingen ons duidelijk, die anders ten
eenemale onverklaarbaar zijn.
't Is, om iets te noemen, een bekend en onloochenbaar
feit, dat dikwijls menschen en dieren gedood werden gedu-
rende een onweer, zonder dat de bliksem hen trof, zoo-
dat zij ook geenerlei uitwendige beleediging of verwonding
ondervonden, 't Heeft hoegenaamd geen zwarigheid in,
daarvan op voldoende wijs reden te geven. Stellen wij ons
eene laag hangende, met glasachtige electriciteit bijv. ge-
ladene onweerswolk voor, waaronder zich een persoon bevindt,
dan zal immers, overeenkomstig hetgeen wij op bl. 240
en 241 bespraken, het bovendeel van zijn ligchaam sterk
harsachtig electrisch moeten worden. Heeft er uitwisseling
plaats tusschen die harsachtige electriciteit en de glasach-
tige der wolk, dan wordt de persoon onmiddellijk door
den bliksem getroffen, maar geschiedt die uitwisseling van