Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 303 -
min een deel uit -van den Lliksemstraal, maar vormen zich
door deszelfs vreesselijke hitte in den grond zei ven, zoo
die daartoe de stof oplevert; want ze zijn van kwartsach-
tigen aard, en getuigen van eene aanvankelijke smelting en
aanhakking van zulk gesteente, ofschoon dit anders van
gewoon vuur (zie hl. 261) die werking niet ondervindt.
Is men nahij de plaats waar de bliksem inslaat, dan ziet
men op dat oogenblik een' bliksemstraal tusschen eene wolk
en het voorwerp dat getroffen wordt; te gelijker tijd hoort
men een' hevigen donderslag, waarvan de grond en de
huizen somtijds merkbaar dreunen, en onmiddellijk daarna
ontwaart men de gevolgen van dat inslaan. Aan menschen
en dieren worden huidbeleedigingen toegebragt, gelijkende
op brandwonden; somtijds zijn de haren gezengd, de klee-
deren verschroeid en vol gaten; had iemand geld, metalen
knoopen of iets anders van metaal bij of aan zich , zoo
vond men dit somtijds geheel of gedeeltelijk gesmolten.
Menschen die getroffen werden, bleven gemeenlijk plotse-
ling dood; er zijn echter ook voorbeelden van dezulke,
die naderhand weêr bijkwamen en van hunne wonden her-
stelden. Slaat de bliksem in een' boom, dan worden er
takken afgescheurd, de schors splijt en stukken daarvan
worden ver weg geslingerd, houtvezelen van den stam wor-
den losgerukt en wijken uit elkander, 't Is alsof eene kracht
van binnen naar buiten, bij wijze van eene ontploffing,
gewerkt had. Slaat de bliksem in een huis, in een' to-
ren of in een' molen , dan gebeurt het dikwerf, dat het
gebouw in brand geraakt. Maar al ontstaat er geen brand,
dan ontdekt men toch op een aantal punten sporen van
de werking des bliksems, die van verschillenden aard kun-
nen zijn. Hij boort gaten dwars door muren en vloeren,
doet balken splijten, smelt metaaldraad, verbrijzelt spie-
gels en schilderijen, werpt allerlei losstaande voorwerpen
op den grond en slaat deuren en vensters open. Gaat men
die sporen opzettelijk na, dan vindt men gewoonlijk, dat
de bliksem niet regtlijnig is voortgegaan, maar dat hij van
het eene voorwerp op het ander overgesprongen is, dat hij
daarbij aan sommige stoffen boven andere de voorkeur geeft.
Vooral blijkt dit ten aanzien van metaal, en bevindt men,