Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 3G1 —
tussciien het licht en den slag in ligt, welke heiden in naauw
verhand met elkander slaan. Het lichtverschijnsel noemen
wij nu eens weerlicht, dan weder bliksem; aan het geluid
geven wij den naam van donder. Niet zelden intusschen
neemt men alleen het lichtverschijnsel waar, zonder dat men
den donder hoort, of men hoprt in de verte het geluid
van den donder, zonder licht te zien; wij zeggen dan toch
ook: "er is onweer aan de lucht."
Voor het lichtverschijnsel gebruiken wij, twee verschil-
lende benamingen, bliksem en weerlicht, omdat het zich
op twee verschillende wijzen voordoet. Een bliksemstraal
is eene schitterend lichtende, gewoonlijk gebroken, streep,
die zich plotseling vertoont, tusschen een punt van eene
wolk en een punt van de aarde, of tusschen plaatsen
van twee verschillende wolken. Zulk een bliksemstraal
geeft, als het avond of nacht is, gedurende het oogenblik
dat hij zigtbaar is, zooveel licht, dat men daarbij de om-
ringende voorwerpen op dat oogenblik aanschouwt als bij
eene heldere middagzon. Bij weerlicht is het die alge-
meene kortstondige verlichting alleen, welke men waar-
neemt , zonder ergens den bliksemstraal te zien. Ten on-
regte evenwel zouden wij daaruit besluiten, dat er geen
aanwezig was. Zou het niet kunnen zijn, dat hij door een
floers van daarvoor hangende wolken of wel door de ron-
ding der aarde voor ons oog verborgen bleef? Ofschoon we
daarvoor al geen stellige bewijzen hebhen, onwaarschijn-
lijk is het niet. Evenmin geeft de omstandigheid, dat er
soms weerlicht gezien wordt, zonder dat men het hoort
donderen, ons regt om aan te nemen, dat dit laatste geen
plaats vond. Hoe dikwijls toch gebeurt het, dat verre ge-
luiden, die voor 't overige zwaar genoeg zijn, gelijk bijv.
kanonschoten, al te zeer verzwakt tot ons komen, dan dat
we ze zouden kunnen vernemen!
Onweder wordt voorafgegaan, vergezeld en achtervolgd
door andere verschijnselen, die er mede in verband schij-
nen te staan-, voorafgegaan wordt het meestal door wind-
stilte en een' hoogea warmtegraad-, wij spreken dan van
eene drukkende warmte. Het vertoont zich nooit aan eene
geheel wolkvrije lucht, maar eerst vormen zich donkere