Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
357 -

Fi". 113.
punten vereenigen. Men zegt daarom, dat
water de eigenschap heeft om te liristaHi-
seren onder hoeken van üO° en 120". Ook
aan de ijsbloemen op de vensterruiten kan
men dit dikwerf waarnemen, en wel aan den
stand der zijtakken ten opzigte van den hoofd-
tak der ijsbloem. Somtijds, ofschoon zelden,
vindt men in de sneeuwvlok eene vlakke of bolvormige
kern van drie in verschillende rigtingen uiteenloopende tak-
jes voorzien; die kern heeft dan geen' kristalvorm.
Van de sneeuw onderscheidt zich zeer kennelijk de hagel.
Deze bestaat uit vrij harde korrels, die even als de regen-
druppels van zeer verschillende grootte zijn, nu eens van
1 en 2 streep dan weder van 10 streep en meer. Men
hoort zelfs weieens van hagelsteenen zoo groot als duiven-
eijeren, en men vindt ook meermalen na eene hagelbui,
klompen van die grootte liggen; doch meestal bestaan ze
blijkbaar uit een aantal enkele korrels, die waarschijnlijk
ieder afzonderlijk zijn neergevallen, en zich door gedeelte-
lijke smelting naderhand eerst aan elkander hebben verbon-
den. De kleinere korrels zijn meestal volkomen bolrond,
ondoorzigtig en in witheid op sneeuw gelijkend. Zulke
korrels vindt men vooral bij hagelbuijen in den winter en
in 't voorjaar. De grootere hagelkorrels daarentegen die in
den zomer vooral waargenomen worden, zijn meer peer-
vormig, dat is, aan het eene uiteinde puntig, aan het te-
genovergestelde afgerond; meestal hebben zij drie scherpe
kanten, die van het ronde oppervlak naar de punt zamen-
loopen. Nooit zijn ze geheel doorschijnend, maar melk-
achtig wit en soms met een doorschijnend ijskorslje overto-
gen. Zeer merkwaardig is het, dat hagel, niet alleen in de
koude, maar ook in de warme, en zelfs in de warmste
maanden van het jaar valt, dat er dus ijs uit de lucht neèf-
komt, terwijl de warmtegraad ver boven het vriespunt is;
maar dit verschijnsel moet ons niet bevreemden, immers
de warmte, die wij voelen en die aan den thermometer
merkbaar wordt, is enkel die van de benedenlucht, waarin
wij leven, terwijl de hagel uit eene hoogere luchtlaag afkomstig
is, die, gelijk wij vroeger zagen, zeer veel kouder zijn kan.