Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 35.i —
vermenging van twee luchlslroomeiï plaats heeft, regent
liet nooit waar de wind dagelijlts van rigting verandert,
zoo als op Java, is ook de regen een bijna dagelijksch ver-
schijnsel. In Nederland regent het somtijds weken achter
eikander niet, als namelijk een oostewind onafgebroken
door waait-, verandert de wind daarentegen dikwijls, dan
zijn ook regenbuijen zeer menigvuldig.
Het is niet moeijelijk te meten, hoeveel regen er in een
bepaald tijdvak over eene zekere uitgestrektheid gronds valt;
men behoeft daartoe alleen een' bak met opstaanden rand
in de open lucht te plaatsen, en telkens te onderzoeken, tot
hoever zich die bij elke bui, of in een gegeven tijdvak,
vult. Als men niet zeer dikwijls den bak ledigt, behoort
hij zoo ingerigt te zijn, dat er van het opgevangen regen-
water niet of althans zoo weinig mogelijk verdampen kan,
eer de hoeveelheid opgeteekend is.
Door het gebruik van dergelijken regenmeter weet men,
dal er bij Zwanenburg, halfweg Haarlem en Amster-
dam, in een jaar tijds, zooveel regen valt, dat, indien
die niet weder verdampte en het regenwater niet in den
grond drong , die grond op het einde van het jaar met eene
laag water, ter hoogte van omstreeks 6| palm, zou be-
dekt zijn; dat die hoeveelheid intusschen alle jaren niet
even groot is; in enkele jaren heeft men maar 4 palm
verzameld, in andere steeg de regen-hoeveelheid tot 'J| pal-
men. Op andere plaatsen van Nederland valt niet even-
veel regen als op Zwanenburg; meestal een weinig meer,
maar het verschil bedraagt niet meer dan een vijfde. In
verder afgelegen streken wordt het verschil veel grooter en
wel in dezer voege, dat in de warme landen gewoonlijk
veel meer regen valt, in de koudere minder; hetgeen daar-
van een gevolg is, dat in de warme landen veel meer ver-
damping plaats heeft, en dus meer damp in de lucht voor-
handen is, in de koude daarentegen minder. Ook valt er,
gelijk te verwachten was, meer regen in landen nabij de
kusten van den oceaan, dan in binnenlanden, die ver van
den oceaan verwijderd zijn.
Wij kunnen niet van de wolken en den regen afstappen,
zonder ze in verband beschouwd le hebben met twee an-