Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 353 -
wind opzeilen, dan ziet men eerst dunne windveêren hoog
in de lucht onlslaan; deze voegen zich bijeen, de lucht
wordt melkachtig wit, maar de laag van zigtbaren damp is
nog zóó dun, dat zon of maan er niet door verduisterd
worden-, dikwerf evenwel vertoonen deze zich dan omringd
van gekleurde kringen-, na eenigen tijd dringt gewoonlijk de
zLiidwestewind ook beneden door, het wordt warmer en
tevens vochtiger, en veelal ontslaat er regen; vandaar dat
die windveêren en kringen om zon en maan te regt worden
gehouden voor een voorteeken van spoedjg volgende weérs-
verandering.
Wij moeien hier nog bijvoegen, dat hel beirekken van
de te voren heldere lucht boven onze hoofden op iwee-
derlei manieren plaats heeft: nu eens is het de wind, die
eene reeds met gevormde wolken bezwangerde lucht aan-
voert, dan weder onlslaan de wolken inderdaad boven onze
hoofden, zoo als in 't laatstgenoemde geval, waarbij liet
kan gebeuren, dat er in de benedenlucht weinig of geen
beweging is. En omgekeerd moeten wij bij 't ophelderen van
eene betrokken lucht ook twee verschillende gevallen on-
derscheiden: een luchlslroom kan de aanwezige wolken weg-
vagen en heldere lucht in de plaals brengen, of wel de
betrokken lucht komt met een' wärmeren luchtstroom in
aanraking, die den damp door verwarming in den onzigt-
baren toestand doet overgaan.
Het verhandelde geeft levens een denkbeeld omtrent de
oorzaak van den regen. De dagelijksche ondervinding toch
leert ons, dat regen uit wolken te voorschijn komt; een re-
gendruppel kan dus niet anders zijn dan eene vereeniging
der zigtbare dampdeeltjes, die de wolk uitmaken, tol een
geheel, hetgeen dan ter nedervalt, dewijl het veel zwaar-
der is dan lucht. Deze vereeniging heeft waarschijnlijk
plaats, als er veel zigtbare damp gevormd wordt, dus bij
sterke afkoeling; terwijl bij eene minder sterke afkoeling de
dampdeeltjes, zonder zich te vereenigen, in de lucht zwe-
vende blijven, even als fijne stofdeeltjes doen. Is dit zoo,
dan verschillen de oorzaken van wolken en regen enkel in
de mate van hare werking. De ondervinding bevestigt het.
Daar waar de passaatwind onafgebroken waait, en dus geene
23