Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
352
H
1
/
liet ontslaan van wolken hierop neder: vanwaar die zigt-
bare waterdamp in eene lucht, waarin liij te voren niet
aanwezig was? En 't is duidelijk uit hetgeen wij vroeger
(zie bl. 154) van den onzigtbaren en zigtbaren waterdamp
gezegd hebben, dat daartoe vooreerst onzigtbare water-
damp in de lucht voorhanden zijn moet, en ten andere,
dat die damp afgekoeld dient te worden, om daardoor zigt-
baar le worden.
Dat de dampkringslucht meestal, ja altijd, onzigtbaren
waterdamp bevat, is ons reeds gebleken, toen wij aantoon-
den, dat hij bij genoegzame bekoeling steeds in den vorm
van water daaruit neerslaat. En geen wonder ook, gedurig
toch heeft er uit den vasten grond zoowel als uit de zee
verdamping plaats, vooral wanneer bij helder weder de
zon veel warmte van zich geeft. De lucht zal dus overdag
meer damp opnemen dan des nachts, in den zomer meer
dan in den winter, in warme landen insgelijks meer dan in
de zoodanige, die verder van den evenaar af gelegen zijn.
Wat voorts de afkoeling betreft, die gevorderd wordt om
den damp zigtbaar te doen worden, deze heeft, zoo als wij
vroeger op bl. 156 zagen, dan plaats, als de lucht met
koude vaste ligchamen of met andere koude lucht in aan-
raking komt. Het eerste is het geval, als de wind van
warme streken naar koudere waait-, dit heeft bij ons plaats
als hij uit het zuiden, zuidwesten en westen waait, 't geen
levens verklaart waarom bij ons vooral zuidwestewinden
regen aanbrengen, terwijl bij noordoostewinden de lucht
meestal blaauw en vrij van wolken is; ook dan is er on-
zigtbare damp in de lucht, maar deze komt van eene kou-
dere streek, er is dus geene aanleiding tot afkoeling.
Vermenging van warme en koude lucht heeft er ook
plaats als twee luchtstroomen over elkander heen zich be-
wegen, waarvan de een warme, de ander koude lucht aan-
voert; en dit geschiedt als de een uit het zuiden of westen
komt, de ander uit het noorden of oosten. Daar waar de
luchtstroomen met elkander in aanraking komen, gaat dan
de onzigtbare damp in zigtbaren over. Heeft bijv. een ooste-
wind een' tijd lang gewaaid, en was daarbij de lucht hel-
derblaauw, en komt daarboven nu een warme zuidweste-