Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 351 —
VI.
Vervolg. Wolken; Regen.
Tot de dagelijks waar te nemen weersveranderingen be-
li.oort in de tweede plaats bet ontstaan en verdwijnen van
wolken. Het gebeurt dikwerf, dat eene belderblaauwe lucht
in korten tijd geheel betrekt, en omgekeerd zien wij dik-
werf in korten tijd de wolken verdwijnen en de lucht ge-
heel ophelderen en blaauw worden; vanwaar die verande-
ringen? Wat zijn wolken? Hoe ontstaan en verdwijnen ze?
In vlakke landen, zoo als Nederland is, zien wij de
wolken op eene zekere hoogle boven ons in de lucht drij-
ven, en vertoonen ze zich meeslal als wille ligchamen, van
verschillende gedaante. Nu eens zijn het dunne, langwer-
pige, aan de einden omgekrulde, zoogenoemde windveèren,
dan weêr kleine ronde, op rijen geordende ligchaampjes,
de zoogenoemde schaapjeswolken. Somtijds zijn het grootere
massa's, die de gedaante van bergen met êén' of meer ronde
koppen verloonen en van onderen door regte lijnen be-
grensd zijn, of wel laagswijze ligchamen, die over eene
groote uitgestrektheid dezelfde hoogte hebben, en dan ban-
ken geheeten worden. Dikwijls ook vertoonen de wolken
gelijktijdig twee of meer der aangeduide vormen. In berg-
achtige landen heeft men gelegenheid er nog nader mede
bekend te worden; daar toch hangen de wolken, die nu
eens laag, dan weêr meer boven in de lucht zich bevinden,
dikwijls tegen de bergen aan, wier hoogte men dus maar
behoeft te kennen, om tevens die der wolken te kunnen
bepalen. Het beklimmen van zulke bergen maakt het mo-
gelijk, zich niet zelden midden in eene wolk te begeven,
en zoo doende heeft men gevonden, dat zij zich volko-
men voordoet als dat, wat wij in lager landen mist noe-
men, namelijk, als een mengsel van gewone lucht met veel
waterdamp, die zich in den vorm van zeer fijne waterdrup-
pels aan de kleederen en andere voorwerpen aanzet, zoodat
deze spoedig vochtig worden.
Beslaat dan het kenmerkende van wolken daarin, dat zij
ziglbaren waterdamp bevallen, zoo komt de vraag omtrent