Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 350 —
liier cle gronden voor die waarschijnlijklieid uiteen te zet-
ten. Verder is het duidelijk, dat de rigting van den wind
veranderen moet, als de lucht in hare beweging stuit tegen
hoogten, en dat dus boven het vasteland die rigting aan
vele veranderingen moet onderhevig zijn, even als wij zulks
aan een' waterstroom zien, die, wanneer hij beletselen vindt,
! een aantal stroomen in geheel andere rigtingen doet ont-
staan. De in verschillende rigtingen waaijende winden on-
■ derscheiden zich intusschen van elkander door kenmer-
^ ken, die hier niet onopgemerkt mogen gelaten worden,
j Vooreerst: niet alle winden waaijen even dikwijls; in Ne-
derland en in een groot gedeelte van Europa zijn het zuid-
weste-, westzuidweste- en westewinden, die het menig-
f vuldigst voorkomen, terwijl ooste- en zuidoostewinden het
; zeldzaamst zijn, en dit is ook het geval in die deelen van
j Jzi'é en Noord-Amerika, die tot de gematigde luchtstreek
) behooren. Ten andere brengen de zuide- en westewinden,
j zoo als bekend is, ten onzent warme lucht aan, hetgeen een
i noodzakelijk gevolg daarvan is, dat de lucht daar ter plaatse
i van waar ze komt, warmer is dan bij ons. De noorde- en
oostewinden daarentegen voeren koude luchl aan, en om eene
soortgelijke reden. Met de oostewinden is dit intusschen
enkel in den winter het geval; in den zomer is het daaren-
tegen dikwerf zeer warm, als er oostewind waait. Waarom
dit zoo is, blijkt uit het vroeger gezegde: de oostewind
komt van het vasteland van Europa naar ons toe; en in
den zomer wordt het land meer verwarmd dan de zee. De
noordewind maakt voor genoemd saizoen geen uitzondering,
die brengt ons altijd koude lucht aan. Is deze verklaring
juisl, dan moeten de winden in andere landen andere ei-
genschappen hebben dan bij ons; aan de oostkust van Noord-
Amerika brengt dan ook des zomers de westewind warmle,
de oostewind koelie aan. Zoo ook zijn in het zuidelijk
halfrond de noordewinden die, welke de lucht van de warme
streken naar de koudere voeren, de zuidewind de tegen-
overgestelde; de noordewind moet dus daar de warme, de
zuidewind de koude wind zijn, en ook dit wordt door de
ondervinding bevestigd.