Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 348 —
,. t
I ^
y
de opstijgende warme luclit verlaten lieeft, weder aan le
vullen, dan moet er in het noordelijk halfrond een noor-
devvind ontslaan, in hel zuidelijk halfrond daarentegen een
zuidewind. Wal heefl nu de waarneming daaromtrent ge-
leerd? De zeevarenden hehhen inderdaad gevonden, dat
als men, hetzij op den Atlantischen of op den Grooten
Oceaan, hinnen de keerkringen komt, er een wind wordt
aangetroffen, die onveranderlijk in dezelfde rigting waait,
en wel in het noordelijk halfrond een noordooslewind,
in het zuidelijke een zuidoostewind-, dit zijn namelijk de
passaatwinden. Op heide die oceanen vinden wij dus
luchtstroomen, die van heide zijden naar den evenaar, dat
is naar de warmste plaats, heen hewegen, en dus in zoover
overeenstemmen met hetgeen wij verwachtten; hunne rig-
ting heeft intusschen ook eenige streken van het oosten,
waarvoor echter eene andere voldoende reden hestaat, die
later ter sprake zal komen.
In de Indische Zee heeft men mede eene groote besten-
digheid opgemerkt ten aanzien van de rigting des winds,
maar geene onveranderlijkheid, zoo als op de groote ocea-
nen. Daar waait namelijk de wind gedurende de zes zo-
mermaanden uit een' zelfden hoek, gedurende de overige
maanden in juist tegenovergestelde rigting; deze jaarlijks
eenmaal afwisselende winden heelen monssons. In hel wes-
telijk gedeelte der Indische Zee heeft men in den zomer den
zuidwesl-mousson, in den winter den noordoost-mousson;
in hel oostelijk gedeelte zijn de windrigtingen meer vlak
zuid en noord. Op Java onderscheidt men een' zuid-
oost- en een' noordwest-mousson; in 't algemeen is de rig-
ting in die maanden waarin men in 't noordelijk halfrond
zomer heeft, van het zuiden naar hel noorden, in de an-
dere maanden van het noorden naar het zuiden. Ook de
moussons zijn luchtstroomen, veroorzaakt door ongelijke
verwarming van onderscheidene deelen des dampkrings, en
zij worden ons verklaarbaar, als wij bedenken, dat bij ge-
lijke beschijning door de zon, land veel warmer wordt dan
water, ten gevolge waarvan zelfs land, dat verder van de
linie af ligt, het in dal opzigt dikwijls wint van eene naderbij
gelegen zee; zoo wordt de Indische Zee, ofschoon digter bij