Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 345 —
uilinakeri. Dit is echter niet aaniieinehjk; clan toch zou
er van die lucht in de nabijheid der maan bijv. door dat
hernelligchaam aangetrokken en verdigt worden, en de ster-
rekundigen moesten van zulk een' dampkring der maan iets
ontwaren, dat het geval niet is. Maar die wet gaat niet
algemeen door: men heeft waargenomen, dat bij aanmerke-
lijke hoogten, de digtheid der lucht minder spoedig afneemt,
dan de spanning of drukking door den barometer aangewe-
zen, waaruit de mogelijkheid voortvloeit, dat er eene uiterste
grens bestaat, waar de lucht nog eenige digtheid, hoe ge-
ring dan ook, bezit, en hoegenaamd geen veêrkracht meer
openbaart, zich dus gedraagt als eene ontzettend dunne,
niet verdampende vloeistof. Voor zulk eene onderstelling
bestaat te meer grond, daar de koude in die hoogere ge-
westen zeer aanmerkelijk wezen moet, 't geen men kan af-
leiden uit de voortdurende vermindering van temperatuur,
die men waarneemt als men zich opheft. Bij gelegenheid
van eene luchtreis per ballon, had men op eene hoogte van/
bijna 7000 ellen eene koude van graad onder nul op
een' honderd deel igen thermometer, die beneden, met het
oppervlak der zee gelijk, 30| graden aanwees.
Van vorenstaande onderstelling uitgaande, heeft men ge-
tracht de hoogte van den dampkring te berekenen. Wij-
ders heeft ook de schemering gediend, om, 't geen bijkans
op hetzelfde neêrkomt, tot eene schatting te geraken van
de grootste hoogte, waarop de lucht nog digtheid genoeg
bezit om licht terug te werpen. De slotsom van die on-
derscheiden berekeningen is deze, dat bijaldien men 60000
ellen voor de hoogte des dampkrings houdt, men eer te
veel dan te weinig daarvoor aanneemt, 't geen nog lang
geen tweehonderdste gedeelte van eenige middellijn der
aarde bedraagt.
V.
Verscliijnselcn in den D.nnpkring. Wind.
De voorstelling die wij ons tot nu toe van den damp-
kring gemaakt hebben, betrof zijn' evenwigtstoestand;
maar de dagelijksche ondervinding leert ons, dat daarin