Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 'IG —
vervolgens over een rol henen sloeg-, 't is klaar, dat het
dan stil zou blijven hangen, en dat geen van beide gewig-
ten zou kunnen doorschieten en het ander ophijschen, want
ieder eind van het koord wordt wel door het gewigt dat
er aan hangt omlaag, maar daarentegen door het ander
gewigt juist evenveel omhoog getrokken.
Zijn wij gewoon alle verandering en beweging, die wij aan
de stoffelijke voorwerpen waarnemen, aan krachten toe te
schrijven , welke in de ligchamen waarvan zij uitgaan huis-
vesten, alzoo aannemende, dat de stof uit zich zelve niet
in beweging komt, maar dat er altijd dergelijke oorzaken,
die wij krachten noemen, voorhanden zijn, wij moeten die
zoogenaamde lijdelijkheid, werkeloosheid of traagheid der
stof evenzeer doen gelden, wanneer een ligchaam van be-
weging tot rust komt. Zoo min als een bal van zelf opvliegt,
kan hij van zelf tot rust komen; zoo min als een wagen zon-
der aangewende kracht in beweging geraakt, kan hij stil-
staan, ten zij wederom krachten hem daartoe nopen. Het
sehijnt echter daarmede anders gesteld te zijn. Komt toch
een ligchaam dat in beweging is, enkel aan zich zelf over-
gelaten, niet meestal tot rust? Inderdaad liet schijnt zoo,
maar het is zoo niet, en er worden altijd wederom krach-
ten vereischt, om die nieuwe verandering van toestand te
doen ontstaan. Indien de beweging van het ligchaam door
geen nieuwe krachten tegengewerkt wierd, bij dat lig-
chaam alleen zich bleef bepalen, en zich niet ook aan an-
dere omringende ligchamen mededeelde (hetgeen noodza-
kelijk met vermindering van snelheid gepaard gaat, want
die omringende ligchamen bieden daarbij tegenstand), dan
bestond er geen reden, waarom de beweging niet onveran-
derd zou voortduren.
De pijl, die den boog verlaten heeft, zou ongetwijfeld
met zijne eens verkregen snelheid op zijn' regtlijnigen weg
volharden en nimmer tot rust komen, bijaldien er niet
terstond nieuwe krachten op aanvingen te werken. Die
krachten zijn hier zwaartekrachten ,en de tegenstand der
lucht. Zoodra is de pijl niet vrij, of hij begint te vallen;
hij wordt aangetrokken door den ganschen aardbol, waarbo-
ven hij zich bevindt; hij moet telkens luchtdeeltjes op zijde