Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
"F \


y
— 338 —
AB (Fig. 1 lü) van hare middellijnen is omstreeks jL kleiner
Tig. 110. dan de langste. Van deze kortste
af nemen de middellijnen in lengte
toe, naar gelang ze schuiner ten
aanzien van AB staan, en de langste
zijn juist die middellijnen (CD, EF),
wier stand regthoekig met opzigt
tot AB is. Deze laatste zijn alle even
lang bevonden, zoodat de omtrek
CEDF streng genomen een cirkel is, 't geen het geval
niet is met eenigen anderen omtrek. De kleinste omtrek-
ken, die namelijk, welke door de uiteinden A en B der
kortste middellijn gaan, heeft men tot grondslag doen die-
nen van een nieuw maat- en gewigtstelsel. Daarbij heeft
men het veertigmillioenste deel van zulk een' omtrek,
groot 20,522960 toises, dus eene lengte van 0.513074
toises tot nieuwe eenheid van maat genomen, en, eerst in
Frankrijk, naderhand ook bij ons te lande, onder den naam
van meter oiNederlandsche el, ingevoerd. Later is gebleken,
dat de omtrek te klein bepaald geworden was, en dat dus
de Nederlandsche el eigenlijk geen veertigmillioenste deel
daarvan is. Men zou bij gevolg, wilde men die betrekking
behouden, de lengte der el van nieuws moeten veranderen.
Daar dit echter tot groote verwarring aanleiding zou geven,
zoo laat men haar liever gelijk zij thans is. Men houde
evenwel in 't oog, dat van de beslaande Nederlandsche el-
len 40,003423 en niet juist 40,000000 op bewusten omtrek
begrepen zijn. Beschouwt men dezen als een' zuiveren cirkel,
waarvan hij loch niet veel verschilt, dan verkrijgt men voor
de lengte zijner middellijn = 12,733491 ellen.
3.1415926
De kortste middellijn (AB) is natuurlijk kleiner, te weten
12,712159, de langste (CD of EF) grooter, namelijk
12,754795 ellen.
De aarde heeft dan den vorm van een' bol, die in de rig-
ting AB ingedrukt of afgeplat is, en wel om eene betrekkelijk
zeer kleine hoeveelheid, immers maar gjg. Nemen wij echter
voorwerpen en afstanden op het oppervlak der aarde tot
punten van vergelijking, dan is de hoeveelheid der afplat-