Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 337 -
gelijk is, reeds daarom alleen, omdat zulk eene middellijn
hinnen in de aarde gelegen en dus ontoegankelijk is; 't is
trouwens ook niet noodig. Trekken wij in de gedachte
over het oppervlak eene lijn, die van zeker punt te begin-
nen, zonder ergens ter zijde uit te wijken, altijd in eene
zelfde rigting voortgaat, dan kan in de onderstelling van
een' hol die lijn niet anders dan een cirkelomtrek zijn, welks
middellijn tevens eene der middellijnen van den bol is. Nu
weet men van elders, dal altijd een cirkelomtrek iets meer
dan 3.141592G malen de lengte van zijne middellijn be-
draagt. Het kwam er dus maar op aan, om gezegden cir-
kelomtrek op het oppervlak der aarde le meten. Ofschoon
die nu in 't algemeen niet ontoegankelijk is, zoo gevoelt
men toch dat de reglstreeksche meting van een' geheelen
omtrek der aarde evenzeer een onbegonnen werk zijn zou,
ook al kon zij te land en te water, door hoogten en over
diepten heen volbragt worden. Gelukkig dat men kan
volstaan met enkel de lengte van een gedeelte des cirkel-
omtreks te bepalen, mits men maar wete het hoeveelste ge-
deelte van den ganschen omtrek de gemeten cirkelboog uit-
maakt; dan toch geeft eene eenvoudige evenredigheid het
geheel, 't Is op die wijze inderdaad, dat men ten naasten
bij de grootte van den omtrek, en bij gevolg van de mid-
dellijn der aarde, gevonden heeft. In eene vlakke streek
lands, waar men vele uren ver zien kon, werd eene lijn
afgebakend, die juist van het noorden naar het zuiden liep,
de lengte dier lijn werd met eene bekende maat gemeten,
en tevens bepaalde men het hoeveelste gedeelte van den ge-
heelen cirkel men opgemeten had; 't geen met de meeste
naauwkeurigheid geschieden kan. Het bleek alzoo, dat een
boog van éen' graad 57024.G35 toises of maten van zes
Parijsche voeten lang was. De navolgende evenredigheid,
1 : 300=57024.035 : Omtrek, gaf derhalve voor den ge-
heelen omtrek 20,528868.G toises.
Onderscheidene zoodanige graadmetingen zijn in 't werk
gesteld geworden. De onderlinge vergelijking der uit-
komsten heeft geleerd, dat de verschillende omtrekken
niet even groot zijn. De aarde is dus overal niet even
sterk gekromd, en derhalve geen volkomen bol. De kortste