Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 331 —
bolheid af, ook zijne natuurlijke warmte vermindert, we-
derom verliest hij zijne tanden, zijne gestalte neigt zich ter
aarde, zijn gang wordt wankel, zijne bewegingen worden
stram en gaan van beving vergezeld, kraakbeenige weefsels
in zijn ligchaam nemen meer en meer kalkachtige stoffen
op en verbeenen, ten laatste komt de dood, om aan dit
zijn aardsch aanzijn een einde te maken.
Dergelijk een aanvankelijke, voltooide en verkwijnende
toestand wordt bij alle dieren in meerdere of mindere mate
waargenomen. Bijzonder merkwaardig echter zijn te dien
opzigte de gedaanteveranderingen, die de gekorvene dieren
daarbij ondergaan. Men weet, hoe uit de vlindereitjes eerst
rupsen te voorschijn komen, hoe die rupsen naderhand ver-
poppen en eindelijk de poppen in het vliegend insect ver-
keeren. Maar het is welligt veler aandacht ontsnapt, dat
dit eene vrij algemeene wet is voor dieren van die soort.
Ook de muggen bijv., torren, wespen, bijen en meer, zijn
daaraan onderworpen. Men pleegt het insect in de eerste
gedaante die het aanneemt, die van rups of made, met een
bepaald woord, masker, aan te duiden, in de tweede met de
benaming van pop en in de derde met die van volkomen
insect te bestempelen. In den laatsten toestand groeit het
volstrekt niet meer, zoodat het eene grove dwaling is, die
kleine vliegjes bijv., die ons in warme zomers dikwijls zoo
hinderlijk zijn, voor jeugdige vliegen te houden, die met der
tijd nog wel tot volwassen vliegen zullen opgroeijen: het is
eene kleiner soort van dieren.
Wel opmerkelijk is het, hoe in die verschillende toe-
standen de insecten dikwijls geheel ander voedsel behoeven,
en toch zijn het dezelfde dieren, maar die veelal in die op-
volgende gedaanten zeer verschillend bewerktuigd zijn. De
maskers hebben meest altijd enkelvoudige oogen, zoo ze in
't geheel oogen bezitten; hun mond is gewoonlijk met hoorn-
achtige haken bij wijze van nijpers voorzien, wélke ook la-
ter de bewerktuiging van 't volkomen insect zijn moge,
doorgaans zijn ze van zeer gragen en verslindenden aard.
Gedurende den tijd dat de insecten pop zijn, nemen ze in
't geheel geen voedsel tot zich en houden zich in den regel
onbewegelijk. Nu eens is 't het vel der rups dat zich los-