Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 32G —
snelheid aankomt. De spier, die den bovenarm moei op-
heffen, heefl hare inhechling niet ver beneden het schou-
dergewricht en loopt bijkans evenwijdig met het been. De
last drukt daarbij op nog grooter afstand van het steun-
punt, in het zwaartepunt namelijk van den geheelen arm
met de hand er bij, of, bijaldien de hand eenig voorwerp
gevat houdt, in het vereenigd zwaartepunt van dat voor-
werp en den arm te gader, 't welk blijkbaar nog al verder
gelegen zal zijn. Ziedaar dan een' hefboom van zulk een'
aard als hel bewegelijk gedeelte der vuurtang, op bl. 90
beschouwd, oplevert, zoodat eene geringe inkrimping der
spier den arm een' aanmerkelijken boog doet beschrijven.
Men begrijpt hieruit ligtelijk, wat al spierkracht er ver-
eischt wordt, om bijv. een geweer bij de kolf regt uitge-
strekt te houden en op te beuren, gelijk sommige lieden
vermogen te doen. Op zich zelve toch is de soort van hef-
boom, wat de benoodigde magt aangaat, hier reeds eene
onvoordeel ige, maar hij wordt het nog veel meer door den
scherpen hoek, waaronder het vermogen er op werkt. Om
dit laatste zooveel mogelijk te verhelpen, heeft de natuur
partij getrokken van de aan de uiteinden der beenderen
voorhanden verhevenheden of knobbels, die voor de ste-
vigheid der gewrichten toch reeds gevorderd werden, door
er de pezen overheen te doen loopen, waardoor de hoek
waaronder de magt werkt, minder scherp wordt. Waar
dit nog niet voldoende zijn mogt, is er tot dat einde of
een opzettelijk been aangebragt, gelijk de welbekende knie-
schijf vóór het kniegewricht, öf er is, gelijk bijv. aan den
duim en het oog, door bijzondere beentjes, die de dienst
van katrolletjes verrigten, in voorzien geworden. Tot hoe
oneindig veel opmerking en onderzoek geeft het verwon-
derlijk maaksel van ons ligchaam niet al aanleiding, en
hoe getuigt het niet overal van de diepte des rijkdoms,
beide der wijsheid en der kennisse Gods! Nog meer wor-
den wij daarvan doordrongen, als wij de voornaamste be-
wegingen die van den wil afhankelijk zijn, eens aandach-
tig overwegen, waartoe wij thans zullen overgaan.
Wat doen wij wel, als wij loopen? Vooreerst verlengen
wij, door een naauw merkbaar ligten van den hiel en een daai-