Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 325 —
onlleenen. Maar dit inzigt alleen is geenszins voldoende,
om ons rekenschap te geven van de zamengesteldheid der
velerlei bewegingen, die onze ligchamen en die der be-
werktuigde dieren vermogen aan te nemen. Zullen toch
de spieren enkel door hare zamentrekking die te weeg
brengen, zoo gevoelt men, dat haar aantal, vorm en plaat-
sing zeer in aanmerking komen, en al eene zeer groote
verscheidenheid moeten opleveren, 't geen dan ook inder-
daad het geval is. Zoovele beenderen er bewegelijk zijn,
zoovele onderscheidene hefboomen heeft men niet alleen,
maar die hefboomen worden weèr verschillend gewijzigd,
naar mate de beweging door de zamentrekking van deze
of gene spieren te weeg gebragt wordt. De inhechting
dier spieren geschiedt met behulp van eigenaardige ver-
lengsels, die meestal de gedaante van koorden vertoonen,
een wit glinsterend en zeer taai voorkomen hebben en den
naam van pezen dragen. Ze bestaan uit eene wijziging
van het vormweefsel, en zijn dan ook niet zamentrekbaar
gelijk de spieren; de zoogenoemde en welbekende Achil-
lespees is dergelijk eene verlenging van de kuitspier, welke
zij met den hiel verbindt.
VII.
Vervolg. Willekeurige en onwillekeurige Bewegingen der Dieren.
Als men op den grond staande den hiel opligt, dan ge-
schiedt dit door de werking van meergenoemde kuitspier,
en dan hebben wij blijkbaar dergelijk een' hefboom als
op bl. 87 in Fig. 14 afgebeeld is. Het gewigt van het
been en van een gedeelte van ons ligchaam, of, zoo wij
op dat been alleen staan, de zwaarte van geheel ons lig-
chaam drukt als last tusschen het steunpunt, dat de teenen
hier uitmaken, en tusschen het magtpunt in, waar de pees
is ingehecht. De kracht der ingekrompen spier werkt
hier, aanvankelijk althans, in eene rigting nagenoeg lood-
regt op den hefboom, dus op de voordeeligste wijze. Maar
meestal is het daarmede gansch anders gesteld, als 't na-
melijk, gelijk bij den arm bijv., meer op eene aanmerkelijke