Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- U -
zwaarder bevrachten kruiwagen even snel voortkruijen als
een ander den zijnen veel minder beladen, dan zijn wij over-
tuigd, dat de eerste veel meer kracht uitoefent dan de tweede.
Ook bij ons zeiven, zoo het op eene juiste schatting aan-
komt, moeten wij op dergelijke wijs te werk gaan. Ons
gevoel toch is geen naauwkeurige maatstaf, en men kan zijn
eigen kracht 'het best leeren kennen aan het grootst mogelijk
gewigt, dat men in staat is op te ligten. Een volwassen
mensch van gewone kracht wordt gerekend met een hand
75 Ned. ponden van den grond te kunnen opheffen.
Wanneer een kracht eene beweging langzamer doet wor-
den of geheel doet ophouden, laat zich hare hoegrootheid
op dezelfde wijze meten. Als men een schuit in hare vaart
stuit, door een touw, dat er aan bevestigd is, om een' paal
aan den oever te slaan, dan is de kracht, die men daarbij
zelf aanwendt, gevoegd bij die, welke de paal uitoefent bij
het schuren daarlangs van het touw (welke laatste kracht
zeer aanzienlijk wordt, als men eenige malen het touw om
den paal heenslaat), gelijk aan de kracht, die noodig is ge-
weest, om de schuit van den toestand van stilliggen de
snelheid te geven die zij had. Een kogel, die een dunne
plank zou doorb ren , zal in een dik stuk hout maar tot
zekere diepte indringen en daar rustig blijven zitten. De
kracht, die hier de beweging eerst vertraagt en vervolgens
opheft, is de tegenstand door het hout uitgeoefend; zij
evenaart die, welke gevorderd werd om aan den kogel de
onderstelde snelheid te geven.
En dient de kracht alleen om drukking voort te bren-
gen , dan hebben wij insgelijks in hare uitwerking den maat-
staf van hare hoegrootheid. Staat een gewigt van 50 pond
op eene tafel en een van 25 op eene andere, dan oefent
de eerste tweemaal zooveel kracht uit als de tweede.
De krachten verschillen niet alleen van elkander in hoe-
grootheid, maar ook in een ander opzigt. Wanneer een
ligchaam zich beweegt, dan beweegt het zich in eene bepaalde
rigting, en de reden, waarom het zich in die rigting be-
weegt en in geen andere, kan daarin alleen gelegen zijn, dat
de kracht in die rigting op het ligchaam gewerkt heeft.
Pijl en boog kunnen hier wederom ten voorbeeld strek-