Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
319 —
ligte voorwerpen A en B, zie Fig. 109, die door eene geel ko-
Fig. 109. peren spiraal veer onderling verbonden
zijn. Brengt men ze een weinig van
elkander en laat men ze vervolgens
beide gelijktijdig los, dan krimpt de veer weèr in, en de voor-
werpen bewegen zich naar elkander toe. Houdt men daar-
entegen een van beiden, A bijv., onwrikbaar vast, dan zal
zich bij eene gelijke uitrekking der veer het andere B al-
leen, en nu zóóveel meer naar A heen bewegen, dat zij
van nieuws op den oorspronkelijken afstand geraken. Daar-
mede laat zich nu eenigermate het vermogen der spieren
vergelijken, niet onvoorwaardelijk evenwel, want in een ze-
ker derde gaat de vergelijking mank. De koperen spiraal-
draad moet aanvankelijk uitgerekt, en dus de afstand der
voorwerpen A en B vergroot worden, zal zich veerkracht
in den draad ontwikkelen. Niet alzoo met de spieren; deze
behoeven niet eerst uitgerekt le worden, maar zoo slap als
ze in den evenwigtsloestand zijn, is de werking der zenu-
wenvoldoende, om ze, bij eene zelfde lengte, op eene ons on-
verklaarbare wijze in een' spanningstoestand te brengen,
waarvan eene zamentrekking het onmiddellijk gevolg is,
zoodat de uiteinden elkander naderbij gebragt worden.
Zoodra houdt niet de zenuwwerking op, of de spieren ver-
slappen weèr van stonden aan. Terwijl dus de verminderde
lengte der koperen veèr, nadat ze eerst uitgerekt en daarna
vrijelijk aan zich zelve overgelaten is geworden, niet anders
dan hare natuurlijke lengte is, waarop zij vervolgens weêr
verblijft, zoo ligt de eigenlijke oorzaak van de verkorting
eener spier minder in de spier zelve, dan wel in den in-
vloed der zenuw; met de zenuwwerking houdt ook zij op.
Vandaar dan ook, dat eene spier niet lang in zulk eene
spanning kan blijven verkeeren, er volgt vermoeijenis op,
en ze is ten laatste niet meer in staat, om den wil te ge-
hoorzamen. Men beproeve maar eens om bijv. op de tee-
nen le blijven staan, en men zal spoedig merken, dat men
dat niet lang zal kunnen volhouden. De spier, die zich
hierbij spant, is al zeer duidelijk te onderkennen: 't is hel
vleesch der kuiten, dat dan door zijne strakheid de hielen
optrekt.