Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
— 313 —
\leclilen. De meer volkomen bewerktuigde dieren, en in
de eerste plaats de mensch, bezitten dat ook, en 't is huu
dienstig voor de onwillekeurige bewegingen van spijsverte-
ring, hartklopping en ademhaling, waarvan zij op 't gevoel
geen bewustheid hebben. Zoo zij bij ziekelijke gesteldheid
daarvan iels merken, moet zulks worden toegeschreven aan
een bestaand verband, dat wij hier niet wel kunnen uit-
leggen, tusschen dat en een ander hooger zenuwstelsel,
waardoor de indrukken van buiten hun bekend worden,
en zij de bewegingswerktuigen dienstbaar maken aan hun-
nen wil.
De hoofdzetels van laatstgemeld zenuwstelsel zijn de rug-
gegraat of wervelkolom en de schedel. Vandaar, dat men
die hoogere diersoorten met eén woord gewervelde dieren
noemt, waarbij men den schedel dan te regt als den uiter-
sten en meest ontwikkelden wervel aanmerkt. De fijne ze-
nuwdraden, die de uiterste oppervlakte van hun ligchaam
bereiken, komen alle, 't zij uit het ruggemerg of uit de
hersenen, vormen aan de uiteinden naauw zigtbare, maar
met behulp van een vergrootglas toch waarneembare lus-
sen, en keeren vervolgens weder naar de plaats terug
waaruit zij voortsproten. Het ruggemerg vormt met de her-
senen éen zamenhangend geheel, een' hoofdstam van ze-
nuwen, waaruit op verschillende afstanden bij den mensch
wel vier en veertig paren zenuwbundels, aan weerskanten
ee'n, voortkomen, die zich verder al fijner en fijner ver-
deelen. Dat gedeelte van 't ruggemerg, 't welk den over-
gang tot de hersenen uitmaakt, en ook in de holte der her-
senpan zich bevindt, draagt den naam van verlengd rug-
gemerg; de twaalf eerste paren zenuwtakken nemen daaruit
hunnen oorsprong. In de hersenen huisvesten bewustheid
en wil-, hoogst merkwaardige proeven hebben dat onwe-
derlegbaar bewezen. Als men in den poot van een' kik-
vorsch bijv. eene insnijding maakt, zoodat er eene zenuw
bloot komt, en men prikt die zenuw, dan geeft het dier
terstond blijken van hevige pijn; maar dat is niet langer
het geval, als men die zenuw hoogerop heeft doorgesneden,
terwijl een prik nog hooger dan de plaats der doorsnijding,
wederom jiijn veroorzaakt. De zenuwen brengen dus de