Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 312 -
Hiermede slemt wel overeen, dat zij veel langer dan andere
diersoorten versclie lucht ontberen kunnen.
Opzettelijk onderzoek heeft geleerd, wèlk bestanddeel uit
de lucht bij de inademing bepaaldelijk ter bloedzuivering
dient. Het is de zuurstof, die zich met koolstof in liet ader-
lijk bloed verbindt tot koolzuur, welk laatste gas door de
dieren uitgeademd wordt. Herinneren wij ons nu van
bl. dat de planten omgekeerd, onder de inwerking des
lichts, koolzuur uit de lucht opnemen en zuurstof afgeven,
zoo merken wij daarin een nieuw onderscheid op tusschen
])lanten en dieren, en bespeuren tevens, hoe beide deze rijken
der natuur aan elkanders instandhouding bevorderlijk zijn.
V.
Zenuwleven der Dieren.
Wij zeiden dat de dieren zich van de planten onderschei-
den door gevoel en vrijwillige beweging. Zenuwen noemt
men de deelen, die bewustheid geven van de indrukken
van buiten, of die de spieren doen zamentrekken, hetgeen
beweging ten gevolge heeft. Zij bestaan viit fijne draden
van zoogenoemd zenuwweefsel, die in meerdere of mindere
hoeveelheid evenwijdig zamengepakt zijn tot koorden of stren-
gen, ofwel eene groote losheid en een daaraan gecvenredig-
den omvang en ontwikkeling verkrijgen. Eigenlijk vertak-
ken zij zich niet, en zoo ze daarvan soms het voorkomen
Fig io"? hebben, waarom men bij gebrek van beter dat
woord bezigt, dan is het dat de bundels zich
derwijze verdeelen, dat het aantal draden der
schijnbare vertakkingen steeds gelijk is aan dat
van den hoofdbundel, zoo als zulks in Fig. 107
duidelijk voor het oog afgebeeld is. De door-
kruisingvan een' hoofdzenuwhundei met andere
die daarmede oorspronkelijk geen geheel uitmaak-
ten, vormt eene verdikking of zoogenoemde ze-
nuwvlecht, ook wel zenuwknoop geheeten, waarvan
Fig. 108 een denkbeeld kan geven. De week-
dieren, schaaldieren, insecten en meer andere heb-
ben een zenuwstelsel van enkel zulke knoopen of
Fig. 108.