Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 13 -
is als voor den stoomtrekker met zijn' geladen voorraadwa-
gen alleen, zoo die te zamen 20 tonnen wegen.
In deze voorbeelden is de schatting goed, maar in an-
dere gevallen niet; want de hoeveelheid kracht, die noodig
is , hangt dikwijls niet alleen af van het gewigt van het
ligchaam, maar ook van de snelheid, die men er aan be-
geert te geven. Willen wij denzelfden steeds even zwaren
bal in beweging brengen, maar hem nu een grootere dan
een kleinere snelheid mededeelen, zoo worden wij alwe-
der gewaar, dat daartoe meer kracht noodig is in 't eer-
ste geval, dan in 't laatste, en wel des te meer, naar
mate de snelheid van den bal grooter moet wezen. Wil
men met hetzelfde rijtuig spoediger rijden, dan spant men
er meer paarden voor-, moet het anker spoediger geligt
worden, dan zet men meer manschappen aan het braad-
spil waaraan het wordt opgehaald. Men gebruikt dus meer
kracht, om grooter snelheid te bekomen. De kracht moet in
het algemeen ook in dezelfde verhouding grooter zijn, als
de snelheid, die wij aan een ligchaam willen mededeelen,
grooter is. Willen wij bij gevolg aan een ligchaam van 6
ponden eene snelheid geven van 1% ellen in de secunde,
dan wordt daartoe zesmaal zooveel kracht gevorderd als om
aan een ligchaam van 3 ponden eene snelheid van 4 el-
len mede te deelen. Immers ware het om een zelfde snel-
heid te doen, dan vorderde het ligchaam van 6 ponden
reeds het dubbel van de kracht noodig voor dat van 3
ponden. Maar om bovendien de snelheid driemaal zoo geroot
le doen zijn, is het een vereischte eene driemaal dubbele of
zesvoudige kracht aan te wenden.
Bij ons zeiven oordeelen wij, door middel van ons in-
wendig gevoel, over de hoegrootheid der kracht, die wij
aanwenden. Bij anderen besluiten wij uit de uitwerking,
die wij zien voortbrengen, tot de hoegrootheid der kracht
die zij aanwenden, door namelijk te letten zoowel op de
hoegrootheid van den last als op de snelheid van beweging.
Zien wij twee paarden gespannen voor even zware wagens,
maar het eene zijn' wagen veel sneller voorttrekken dan het
andere, dan zeggen wij, dat het eerste paard meer kracht aan-
wendt dan het andere. Zien wij den eenen kruijer een' veel