Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 309 —
slaan mogen, eene maag hebben ze allijd, er zijn er zelfs
die geheel maag, en niel veel meer dan dal zijn. In dal
geval is liel enkel een blinde zak, en worden de spijzen
lerslond daarin opgenomen. Nadat deze dan tot voeding
gediend hebben, wordt het onnulle denzelfden mond weèr
uiigestoolen, die de spijze binnenliet. Zulke dieren laten
zich soms als een handschoen 't binnenste buiten keeren,
zonder daarvan eenig letsel le ondervinden. Bij zoo hoogst
eenvoudig eene inrigting spreekt hel wel van zelf, kan er
van eigenlijk bloed geen sprake zijn.
IV.
Bloedsomloop en Ademhaling.
Voorloopig maakten wij reeds gewag van de geregelde
beweging van het voedingsvocht of bloed door geheel het
dierlijk ligchaam: laat ons thans onderzoeken, hoe liet daar-
mede gesteld is. Vooraf echter dient hier aangemerkt te
worden, dat tot een' eigenlijken bloedsomloop weder eene
zekere zaniengesleldheid van bewerktuiging gevorderd wordt.
Bij de rups en de gekorven dieren in 'l algemeen vinden
wij nog maar een beginsel van zulk eene rondgaande be-
weging, die zelfs niel eens allijd duidelijk blijkt. Doch er
is ten minste eene dunne vliezige buis aanwezig, die aan
de rugzijde van onderen legen de huid gelegen is, en dienaar
voren toe enger wordt, na zich eerst een weinig naar be-
neden omgebogen te hebben-, men noemt ze hel ruggevat.
En ofschoon men nu wel niet allijd zijtakken aan dat rug-
gevat bespeurt, zoo schijnt het vocht, dal die holte vult,
zich toch bestendig voorwaarts te bewegen, en zich aan
den kop van het dier op le lioopen. Vermoedelijk vindt
het dus aldaar een' zijdelingscben uitlogt, en zal van ach-
teren het ruggevat weèr indringen, na tol voeding gediend
tc hebben. Men ziet het werkelijk zoo gebeuren bij den
duizendpoot, die ook zulk een ruggevat heeft, en waar dui-
delijk van voren drie paren zijtakken uilloopen.
Bij hoogere bewerktuiging verkrijgt de holle spier, waar-
uil als uit een middelpunt hel bloed overal heengesluwd
wordt, den naam van hart. De vaten die dien bloedstroom