Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
eau
— 308 —
kameelpardels, en/.., die enkel van planlaai'dige zelfstan-
digheden leven, en die, omdat deze meer en langduriger
bewerking vorderen, lot dal einde dan ook anders zijn toe-
gerust. De herkaauwende dieren hebben, in stede van eene
enkele maag, vier magen: de zoogenoemde pens, de muts,
de boekpens en de leb. Zonder vooraf tusschen de kie-
zen fijngewreven le zijn, komt de spijs Sadelijk in de
eerste maag, en van daar in de tweede, vervolgens klinil
zij bij gedeelten door den slokdarm weèr naar boven, \vordt
nu gekaauwd en geraakt daarna, door eene sleuf in den
slokdarm, met voorbijgang van pens en muts, in de boek-
pens en eindelijk in de leb.
Nog opmerkelijker is de inrigting der spijsverterings-
werktuigen bij die vogels, welke van plantenzaden leven
Moesten ook zij dergelijk een' toestel van magen en een
gebit om le herkaauwen bezitten, zoo zou dit hunne ligi-
heid en vlugheid te zeer belemmeren. Maar hoe nu in de
behoorlijke verwerking van het harde voedsel, bij eene on-
misbare beknoptheid van omvang, naar eisch voorzien?
Vooreerst door een' zoogenaamden krop, eene verwijding van
den slokdarm, die als tot voorraadschuur van de opgepikte
zaadkorrels dient, en waar zij, met slijm vermengd, eene
voorloopige weeking en verandering ondergaan. Van daar
komen zij vervolgens in de eigenlijke maag, die tweeledig
is en uit eene zoogenaamde klier- en spiermaag bestaat.
De spiermaag is bijzonder merkwaardig; zij is niet ruim,
maar van binnen hoornachtig en hard, zoodat daarin de
noodige kneuzing en vermaling kan plaats vinden. Er zijn
proeven genomen met ganzen en andere vogels, die men
naalden, lancetten en dergelijke heeft doen inzwelgen,
welke voorwerpen, bij opening kort daarna, gebroken en
afgestompt zijn wedergevonden. Sommige dier vogelsoorten
slikken kleine steentjes in, en kunnen zelfs zonder dat hun
voedsel niet verteren. De grootte en het aantal dier steentjes
werd evenredig bevonden aan den omvang der spierm;tag;
die van een' kalkoen beval er een paar honderd, die van
eene gans wel duizend.
De maag is een deel dat bij geen dier gemist wordt. Op
hoe lagen trap van bewerktuiging sommige diersoorten