Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 307 —
mensch en vele dieren die van een' doedelzak is, tot welk
muzijk-instrument ook inderdaad dierenmagen gebezigd
worden. De mond a der maag, waar de spijs in komt,
bevindt zich links, terwijl zij regts naauwer toeloopt en
eindigt in het begin van den dunnen darm D. Om echter
daarin te kunnen geraken, moet zich eene inwendige
ronde opening door verwijding ontsluiten. Deze draagt
den eigenaardigen naam van portier; immers standvastig
blijft zij als 't ware den doortogt weigeren, zoo lang
de spijs nog niet in chym overgegaan is. Daartoe wordt
vereischt, dat zij met een zuur vocht, het maagsap, dat,
gelijk reeds gezegd is, door het bekleedend slijmvlies der
maag wordt afgescheiden, genoegzaam vermengd en ver-
werkt is geworden, om 't welk te bevorderen, zij door de
werking der spieren die de maag omsluiten, onder den
invloed van warmte, die daarbij onontbeerlijk schijnt, in
't rond bewogen wordt. Is de geschikte tijd eindelijk daar,
zoo laat de portier de massa door, die nu weèr andere
vochten opneemt, de gal namelijk, die door de lever B
wordt afgescheiden, en waarvan zich eenige voorraad in 't
galblaasje b bevindt, en een tweede vocht, dat in de zoo-
genaamde alvleeschklier C bereid wordt. Daardoor scheidt
zich dan van de chym al meer en meer een melkachtig vocht,
ehjl genaamd, af. Dat geschiedt gedurende den logt door
het verder kronkelend beloop van den dunnen darm.
De stof die lerugblijft, is tot niets meer nut en moet ver-
wijderd worden; deze treedt in het regts gelegen blinde
uiteinde E van den dikken darm, wordt voorts alverder
omhoog, dwars links, en eindelijk naar omlaag in het ge-
deelte F, dat den naam van endeldarm draagt, gewrongen,
om ten laatste het ligchaam uitgeperst te worden. De chyl
inmiddels, het eigenlijk voedsel, is door fijne in celleljes
eindigende bloedvaatjes, waarmede de wanden van den dun-
nen darm bezet zijn, opgenomen, en geraakt op die wijze in
het bloed. Ziedaar in korte omtrekken de spijsvertering
bij den mensch geschetst, waarmede die bij de vleeschvre-
tende zoogdieren groote overeenkomst heeft.
Merkwaardig is de afwijking, die daarvan wordt aange-
troffen bij de zoogenoemde herkaauwende dieren, runderen,
90 *