Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
— 305 —
vergrootglas zeer duidelijk zien kan. Het zijn kleuriooze
kernen, maar die in roodgekleurde hreeder schijfjes zijn in-
gesloten. Bij den mensch zijn die bloedschijljes cirkelrond
en maar van ^^ tot ^^ streep hreed. Bij verschillende
diersoorten, in wier bloed er mede worden waargenomen,
ofschoon dan niet altijd rood gekleurd, vertoonen ze dik-
wijls eene andere gedaante; bij kruipende dieren bijv., vis-
schen en vogels zijn zij langwerpig rond, daarbij ook groo-
ter; die van het kikvorschenl)loed hebben nagenoeg ^ streep
in de langste middellijn. Om de geaardheid van het bloed
van naderbij te leeren kennen, heeft men enkel op te mer-
ken, wat er na eene aderlating mede gebeurt, als het eenige
minuten stilgestaan heeft. Het scheidt zich alras in een'
rooden vasten koek en in een geelachtig voclit, de zooge-
naamde bloedwel, waarop die koek dan drijft. Na ver-
loop vaneenigen tijd verandert de bloedkoek weêr en wordt
van boven geelachtig wit van kleur, terwijl hij voor 't ove-
rige rood blijft. Die ligter gekleurde massa is zacht en toch
vast en taai; zij vertoont eene groote overeenkomst met het
spierweefsel. De bloedwei stremt grootendeels, als zij lot
eene zekere temperatuur, ruim 70°, verwarmd wordt, even
als eiwit, 't geen dan ook trouwens haar voornaamste be-
standdeel is.
De andere vochten des ligchaams, tot onderscheiden ein-
den dienstig, of die als schadelijk voor de instandhouding
van 't leven verwijderd moeten worden, scheiden zich allt;
weder uit het bloed af, door middel, hetzij van klieren
of vliezen, gelijk de gal bijv. in de lever, het speeksel in
de 'speekselklieren, de tranen in de traanklier, hel maagsap
in het slijmvlies dat de maag inwendig bekleedt.
Hl.
Spijsvertering.
Over 't algemeen bevatten de spijzen der dieren veel dat
niet ter voeding dienen kan, en waarmede zich dus het
bloed niet onnoodig belast. Zelfs zijn ze niet dadelijk ge-
schikt, om aan het bloed de voedende bestanddeelen af te
geven. Ze vereischen alzoo eene voorafgaande bereiding,
20