Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 303 -
men ze aan een scheikundig onderzoek onderwerpt, zijn
liet altijd die vier grondstoffen, welke er de hoofdbestand-
deelen van uitmaken. Intusschen geven de verschillende
verbindingen, die zij met elkander aangaan, en de verschil-
lende zamenvoegingen dier verbindingen het aanzijn aan
eene groote verscheidenheid van vochten niet alleen, maar
ook van zoogenaamde weefsels, waaruit de vaste deelen
bestaan. De voornaamste dier weefsels willen wij hier kor-
telijk aanwijzen.
Vooreerst komt het vormweefsel, 't geen het eenvou-
digst van alle is, in de ruimste mate voor en het wordt
schier overal in het dierlijk ligchaam aangetroffen. Als
men dat weefsel e^n weinig uitrekt, dan vertoont het zich
als eene ontelbare menigte van vezeltjes of draadjes, van
eene fijnheid welke die van 't fijnste spinrag nog over-
treft. Die vezeltjes overkruisen elkander in alle mogelijke
rigtingen, zoodat ze zeer kleine tusschenruimten overlaten,
niet ongelijk aan eene spons, vanwaar het weefsel ook den
naam van cclleweefsel heeft gekregen. De beenderen zijn
van vormweefsel afkomstig. De stoffe, waardoor de on-
derscheiden ligchaamsdeelen te zamen verbonden en aan
elkander gehecht zijn, en die de opene plaatsen aanvullen,
is wederom vormweefsel. De vliezen en zakken, waarvan
vele deelen omgeven, of waarmede zij van binnen gevoerd
zijn, 't is altemaal vormweefsel. Haren, nagels, klaauwen,
hoeven bestaan voor 't grooter deel uit vormweefsel. De
glazuur der tanden is het eenige, waarin men hel niet heeft
kunnen ontdekken. Eene kenmerkende eigenschap van dal
weefsel is zijne veerkracht.
Een tweede weefsel, dat in aanmerking moet komen, is
hel zenuwweefsel. Dit bestaal uit twee zelfstandigheden,
op 't gezigt reeds blijkbaar onderscheiden. De eene is
aschgraauw van kleur, geleiachtig en maakt als 't ware
de schors der zenuwen uit. De andere zelfstandigheid,
merg geheeten, is witter, eenigzins naar het roode hel-
lende en van vaster aard. Beide zelfstandigheden worden
meestal te zamen vereischt, en 't is enkel bij de lagere dier-
soorten, dat men de ascbgraauwe zelfstandigheid mist. Bij
hooger bewerktuigde dieren doet zich hel zenuwweefsel