Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 302 —
andere waarbij dezelfde opening, die bet voedsel ontvangt,
liet ook weder uitstort nadat het dienst gedaan heeft, doch
deze behooren tot de minder ontwikkelde.
De bewegingswerktuigen van de meer zamengestelde die-
ren, als armen, beenen, vleugels, vinnen, enz., schijnen
oppervlakkig weinig met elkander gemeen te hebben, en
toch, gelijk ons later blijken zal, is de overeenkomst vrij
aanmerkelijk. Met de vereenvoudiging van het ligchaam
worden eerst weêr de afwijkingen van gewigt. Wormen
bijv. bewegen zich over de oppervlakte van den grond niet
met behulp van opzettelijk daartoe ingerigte organen, maar
door middel van over de gansche lengte van hun ligchaam
elkander opvolgende inkrimpingen en uitzettingen.
Wilde men zich echter vergenoegen met alleen op de
uitwendige gedaante der dieren te letten, men zou zich niet
dan een hoogst gebrekkig denkbeeld kunnen maken van
het eigenaardige dat hen kenmerkt. Wij gaan derhalve
thans over tot eene beknopte beschouwing van hun in-
wendig maaksel, ten einde eenig begrip te verkrijgen van
hunnen groei, van hunne gevoeligheid voor indrukken van
buiten, van de gave hun verleend om zich zelfstandig te
bewegen. Steeds zullen wij ons daarbij den mensch in de
eerste plaats voor oogen stellen, als die, de uitnemendheid
van zijn' redelijken aanleg daargelaten, van wege de hooge
voortreffelijkheid zijner bewerktuiging, de dierenwereld in
hare volkomenheid vertegenwoordigt.
II.
Bestanddeelen der Dieren.
Als uiterste of eenvoudigste bestanddeelen der planten
hebben wij koolstof, zuurstof en waterstof leeren kennen,
waarbij voor sommige nog stikstof komt, 't welk dan even-
wel maar in enkele bepaalde deelen der plant gevonden
wordt. Bij de dieren daarentegen is stikstof mede een voor-
naam en standvastig bestanddeel, niet minder dan de an-
dere drie genoemde grondstoffen.
Welk groot verschil de velerlei vaste deelen en vochten
van hel dierlijk ligchaam oppervlakkig ook opleveren, als