Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 12 -
komt, dan oefent de grond eene kracht op dat ligchaam
uit; wanneer.een pijl, in de schijf indringende, zijne be-
weging verliest, dan heeft de schijf eene kracht op den pijl
uitgeoefend. Eindelijk, weder even als bij levende wezens,
wanneer een zwaar ligchaam op eene tafel ligt en door die
tafel belet wordt naar den grond te vallen, dan oefent de
tafel eene kracht op dat ligchaam uit; wij zeggen dan: de
tafel draagt dat ligchaam en wij gebruiken daarbij hetzelfde
woord, als wanneer wij van een' mensch spreken, die een'
last op zijn' rug, of op zijne schouders draagt, juist om-
dat wij beide gevallen voor gelijksoortig houden.
VII.
Grootte en Rigting van Krachten.
Krachten kunnen grooter en kleiner zijn, dat leert onze
eigene ondervinding. Wij worden gewaar, dat wij ons veel
meer moeten inspannen om een' zwaren kegelbal te wer-
pen, dan om een' ligten in beweging te brengen; wij heb-
ben meer kracht noodig om een gewigt van 25 of 50
pond op te ligten dan een gewigt van e'én pond. Moet een
zwaar rijtuig in beweging gezet worden en is een paard
daartoe niet in staat, dan spannen wij er twee of meer voor,
en de vereenigde kracht van deze doet wat de mindere kracht
van een 'enkel paard niet kan gedaan krijgen. Moet een
zwaar heiblok opgebeurd worden, en is de kracht van 4 of
6 man niet toereikend, dan worden er 10 of meer man
aan geplaatst, en te zamen zien wij dat zij in staat zijn,
het honderden ponden zware blok op te ligten. In 't al-
gemeen , wij ondervinden, dat wij des te meer kracht noo-
dig hebben, naar mate wij een ligchaam van meer gewigt
in beweging willen brengen. Vandaar dat wij gewoon zijn
de hoeveelheid der kracht, die wij zien uitoefenen, te schat-
ten vooreerst naar het gewigt van het ligchaam, dat daar-
door in beweging wordt gebragt-, dat wij aannemendat er
driemaal zoo veel kracht noodig is om een ligchaam van 150
pond op te ligten dan een van 50-, dat er om een' spoortrein
van 30 metrieke tonnen gewigt (elk van 1000 Nederl. ponden)
in beweging te zetten, anderhalfmaal zooveel kracht noodig