Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 298 —
Alloos is eene zekere male van uilputling er liet gevolg
van, die voor't minst een' tijd van rust vordert. Aan zicli
zelve overgelaten, sterft eene eenjarige plant na de vrucht-
vorming, maar als men door de bloemknoppen af te pluk-
ken het bloeijen belet, blijft zij meer jaren leven, door
welke kunstgreep onze tuinlieden de eenjarige reseda tol
een overblijvend boompje maken. Een al te weelderige
groei van takken en bladeren belemmert den bloei, van-
daar dat men ziekelijke vruchtboomen soms rijkelijk vrucht
ziet dragen, en in het snoeimes een kunstmiddel bezit om
den oogst te vermenigvuldigen.
Het bestaan eener bloem is doorgaans kort van duur. A'^oor
sommige planten bepaalt het zicli maar tot eenige uren,
gelijk men aan de wilde winde onzer heggen kan waar-
nemen-, voor enkele verlengt het zich tot eenige dagen.
Opmerkelijk is de invloed, dien het licht op het ontlui-
ken der bloemen heeft. Sommige vereischen veel licht, en
openen zich eerst op 't midden van den dag; andere min-
der, die dan ook reeds vroeger, in den loop des ochtends,
zich ontsluiten; wéér andere bloeijen enkel gedurende den
nacht.
Trekken de bloemen door de verscheidenheid barer vor-
men en kleuren den blik tot zich, nog vergasten zij ons
reukorgaan niet zelden op aangename geuren. Of gelijk er
zijn waarin het oog minder behagen schept, zoo ook zijn
de vlugtige stoffen die sommige uitwasemen weieens min-
der welriekend, ja hinderlijk. Niet alle bloemen evenwel
bezitten zulk een vermogen, ook zijn 't de schoenste niet
altijd, die het sterkst of liefelijkst rieken. Zij doen het voorts
in verschillende mate, al naar gelang van de tijden van den
dag, het meest des avonds bij eenigzins vochtigen dampkring.
Doch niet alleen om onze zinnen te bekoren, dragen de
planten bloemen: de vorming van de vrucht is 't groote
doel der bloem. Hoe dat oogmerk bereikt wordt, ziedaar
een gewigtig vraagstuk, dat door naauwkeurige waarnemin-
gen en proeven grootendeels opgelost is geworden.
Het in de bloem aanwezig vruchtbeginsel heeft in zijne
holte een of zeer vele uit cellen zamengestelde kleine ronde
ligchaampjes, die van boven van eene opening voorzien