Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 297 -
VIII.
Blocijen cn vruchtdragcn der Planten.
Moge ook de plant zelve na korter of langer bestaan
sterven, voor de instandhouding van haar geslacht is mid-
delerwijl gezorgd. Nadat zij bladeren gevormd had, bragt ze
ook nog andere deelen voort, in kleur en gedaante, maar
bovenal door het doel waartoe zij bestemd waren, daarvan
onderscheiden. Wij meenen de bloemen, van welker za-
menstel boven, bl. 277, eene beschrijving gegeven is. Even
als de bladeren, zijn ook deze aanvankelijk knoppen, wier
inwendige deelen, van eene groenachtige tint, nog geens-
zins den vorm vertoonen, die in de volkomen bloem wordt
waargenomen, zoodat zij met bladknoppen eene groote over-
eenkomst hebben. Eerst als zij grooter zijn geworden, heb-
ben al de deelen eene eigenaardige gedaante verkregen, en
zijn, met eene bewonderenswaardige regelmatigheid en kunst
gevouwen en geplooid, in de betrekkelijk enge ruimte aan-
wezig. Nu openen kelk en bloemkroon zich; de bloem
ontluikt, en prijkt alras in haren vollen luister. Gedu-
rende langer of korter tijd blijft ze in dien toestand ver-
keeren; ten laatste, nadat het stuifmeel zich uit de helm-
knopjes ontlast heeft, begint de bloemkroon, en soms ook de
kelk, te verwelken en af te vallen; later nog doen zulks ook
de meeldraden, soms almede de stijl met den stempel. Het
vruchtbeginsel intusschen blijft over, vergroot zich, neemt
veelal eene geheel nieuwe gedaante aan, en zoo zien wij
als de einduitkomst der bloeijing de vorming der vrucht,
die de zaden in zich bevat, waaruit te gelegener tijd weêr
nieuwe planten ontkiemen.
Hoe vele bijzonderheden vallen bij dit merkwaardig ver-
schijnsel niet op te merken! Niet op denzelfden tijd brengt
elke plant hare bloemen voort: bij sommige heeft dit reeds
in 't allereerste voorjaar plaats, als de sneeuw nog gedeel-
telijk de velden bedekt; bij andere in 't late najaar; bij de
meeste gedurende den zomer. Sommige planten bloeijen
maar eens, en sterven daarna; andere daarentegen bezitten
het vermogen, om bij herhaling bloem en vrucht te vormen.