Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 296 —
eisclite is, 't welk mede volkomen bevestigd wordt daar-
door, dat men ook des winters door kunstwarmte planten
kan doen ontkiemen en groeijen, en dat men in kouder ge-
westen de gewassen van zoeler streken door plaatsing in
verwarmde kassen kan aankweeken. Wijders is 't bekend,
dat de planten, opdat ze zich naar eisch zouden ontwik-
kelen, door het dag- of zonnelicht beschenen moeten wor-
den. Maar op wat wijze warmte en licht hier hunnen wel-
dadigen invloed uitoefenen, is ons onmogelijk te verklaren,
evenzeer als wij op de vraag, hoe en waarom de aarde de
ligchamen op hare oppervlakte aantrekt, het antwoord schul-
dig moeten blijven.
Met het denkbeeld van groeijen is ten naauwste het be-
grip verbonden, dat wij ons van leven, in tegenoverstelling
van sterven vormen. De verschijnselen, die onder deze
laatste benaming begrepen worden, zijn ons niet onbekend,
en kunnen ons dienen ter verduidelijking van 't geen wij
onder leven te verstaan hebben. Wij zeggen van eene plant,
dat zij sterft, als de beweging harer sappen ophoudt, als
de plant uitdroogt, stengel en takken hunne buigzaamheid
verliezen, en de meerdere hardheid van den stengel met
brosheid, die het doorbreken gemakkelijk maakt, gepaard
gaat, als eindelijk een deel der plant, ofschoon in den grond
of in het water geplaatst en aan behoorlijke warmte en licht
blootgesteld, geen verschijnselen van groei meer oplevert.
Is eene plant in dien toestand gekomen, dan ondervindt
ze meestal die verandering welke wij verrotten noemen, waar-
van vroeger reeds op bl. 232 gewag gemaakt is, en die niet
anders is dan eene ontbinding der bestanddeelen, waarop
wel nieuwe verbindingen volgen, maar van een veel een-
voudiger karakter. Vermits dan dit de kenmerken van ster-
ven zijn, en leven het tegenovergestelde daarvan' is, zoo
moeten wij eene plant levend noemen, welker bestanddeelen,
in stede van zich te ontbinden, gedurig nog vermeerderen
en zich hernieuwen-, 't blijkt dus, dat groeijen en leven bij
de plant woorden van dezelfde beteekenis zijn.