Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 294 —
aan koolzuur, rijker daarentegen aan zuurstof wordt, en dat
wel in zoodanige verhouding, dat de zuurstof die met de
koolstof tot koolzuur verhonden, verloren gaat, als vrije
zuurstof niet geheel aan de lucht teruggegeven wordt. Wij
moeten daaruit hesluiten, dat de plant koolzuur uit de
lucht opneemt, dit koolzuur voor een deel in zijne bestand-
deelen ontleedt, de koolstof daarvan behoudt, en de vrij ge-
worden zuurstof weder laat ontsnappen. De juistheid dezer
voorstelling is uit eene andere proef gebleken. Men heeft
een zaad laten ontkiemen in zuiver zand, dat met zuiver
water besproeid werd. Geen van beiden bevat zoo als wij
weten koolstof, en toch bleek het, dat de plant die nu ont-
sproot, nadat ze eenigen tijd gegroeid had, veel meer kool-
stof inhield, dan in het zaadje aanwezig was. Die koolstof
had ze dus van buiten opgenomen, en daar deze noch van
het zand, noch van het water afkomstig zijn kon, moest
blijkbaar de dampkringslucht ze aan de plant geleverd
hebben.
Nog meer: korstmossen die op naakte rotsen leven, en
in 't algemeen de oneigenlijke woekerplanten dienen wel
koolzuur uit de lucht le ontleenen-, van waar zouden zij
anders de koolstof hebben, die de verbranding bewijst dal
haar voornaam bestanddeel is.
Ook bij dit opnemen van koolzuur en afgeven van zuur-
stof is de invloed van het zonnelicht zeer merkbaar. Bij
planten toch die in 'l donker groeijen, is gebleken, dat
juist hel tegenovergestelde plaats vindt; daarbij vond men
in de omringende lucht meer koolzuur dan gewoonlijk
en minder zuurstof. Datzelfde ook — opnemen van zuur-
stof en afgeven van koolzuur — heeft men waargenomen bij
't eerste ontkiemen van het zaad onder den grond, en bij
't ontluiken van de bloem.
Hel medegedeelde geeft reden van de bekende onder-
vinding, dat de planten in 't duister niet goed groeijen.
Ze blijven dan vaal en bleek van kleur, in plaats van groen
le worden. Vandaar ook dal men cichoreiwortel in don-
kere kelders laai uitloopen en de andijvieplanten opbindt,
om gele en tevens malscher en minder bittere blaadjes te
verkrijgen.