Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 293 -
door opneming van den stengel en uitwaseming der bla-
deren. Onder die omstandigheden ziet men intusschen het
vocht in het glas voortdurend verminderen, en wel veel
spoediger, dan wanneer men hetzelfde fleschje met evenveel
water, geheel open, doch zonder plant er in, had laten staan.
De mate van uitwaseming eener plant hangt niet alleen
van haar zelve af, maar ook van den toestand des damp-
krings. In eene zeer vochtige lucht is zij zeer gering, even
zoo in eene koudere minder dan in eene warmere. Maar
bovenal wordt zij door het zonnelicht bevorderd, en het
onderscheid in dat opzigt tusschen twee planten, bij dag
aan geheel dezelfde warmte en vochtige lucht blootgesteld,
maar waarvan de eene in den zonneschijn en de andere in
de schaduw werd geplaatst, is lang niet twijfelachtig. Ook
des nachts heeft er geen uitwaseming plaats, dat voor een
deel wel is waar aan de mindere warmte en de meerdere voch-
tigheid van den nacht geweten mag worden, maar waarbij
zeer zeker het gemis van licht de hoofdrol speelt. De
hoeveelheid water, langs dezen weg door de planten aan
de lucht afgestaan, is ontzettend groot. Een 3J voet hooge
zonnebloem wasemt in 12 uren niet minder dan drie vierde
Nederlandsche ponden water uit. Geen wonder dan ook,
dat plantengroei den dampkring veel vochtiger maakt, dan
hij anders zijn zou, en dal de bronnen van rivieren al-
tijd zich bevinden in de nabijheid van groote wouden.
De Kaap-V erdische en andere Westindische eilanden leveren
een bewijs op, dat er geen meer afdoend middel bestaat,
om gronden droog en daardoor onvruchtbaar te doen wor-
den, dan 't overmatig kappen van hout.
Hiertoe echter bepaalt zich geenszins het verband daler
bestaat tusschen de planten en de lucht. Naauwkeurige
onderzoekingen, die hier enkel vermeld kunnen worden,
hebben bewezen, dat de planten ook op de overige bestand-
deelen des dampkrings werking uitoefenen. Gelijk wij we-
ten van bl. 225, bestaat de dampkringslucht voorname-
lijk uit twee gassen, zuurstof en stikstof geheeten, waarbij,
ofschoon in veel kleiner hoeveellieid, nog waterdamp en
koolzuur komt. Nu hebben de bedoelde onderzoekingen ge-
leerd, dal lucht, waarin eene plant eenigen lijd leeft, armer