Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 292 —
op? Geeft zij ook soms deelen daaraan af? Of heeft wel-
ligt het eene zoowel als het andere plaats? 't Spreekt "van
zelf, dat dit van wege de ongemeene fijnheid der lucht voor
geen onmiddellijke waarneming vatbaar is, met oordeel in-
gerigte proeven hebben het intusschen stellig uitgemaakt.
Onder de stoffen, die de planten aan de lucht afslaan,
bekleedt eene eerste plaats het water, en wel in een' voor
ons onzigtbaren dampvorm. Plaatst men twee potten met
aarde nevens elkander, zet men in de eene een plantje, en
overdekt men ze beiden met een glas, dan zal men al spoe-
dig een groot verschil ontwaren» Terwijl het leêge glas van
binnen naauwelijks of niet aanslaat, zet zich een overvloe-
dige aanslag van waterdruppels tegen den inwendigen wand
van 't glas aan, waarin het plantje zich bevindt. Hoe
groot die uitwaseming der plant is, kan door weging blij-
ken. De beide potten moeten bijv. eene zelfde bekende
hoeveelheid aarde bevatten. Dan zette men in den eenen
een behoorlijk van bladeren voorzien gewas, en begiete dit
naar den eisch, daarbij niet vergetende van telkens een gelijk
gewigt aan water in den met aarde alleen gevulden pot
te doen. 't Zal nu niet moeijelijk vallen zich le overtuigen,
door van lijd tot tijd de beide potten te wegen, dal de
laatstgenoemde door verdamping veel minder aan gewigt
verliest dan de eerstgemelde. Op dergelijke wijze kan 't ver-
der blijken, dal dit aan de uitwaseming der bladeren vooral
moet worden toegeschreven. Immers heeft men, onder voor
'l overige gelijke omstandigheden, eene plant met vele en
eene met weinig bladeren, dan zal het weldra merkbaar
worden, hoe de eerste de verdamping veel meer bevordert
dan de laatste.
Nog duidelijker valt deze werkzaamheid der bladeren in
't oog, als men een' daarvan voorzienen stengel in een
fleschje met waler plaatst, welks hals van boven met eene
kurk gesloten is, waarin eene opening, juist wijd genoeg om
er den stengel door te laten, terwijl door eene tweede zeer
fijne opening de lucht gelegenheid vindt om naar binnen
te dringen. Lakt men de kurk behoorlijk loe, en aan den
hals der flesch vast, dan heeft men een' toestel waaruit door
gewone verdamping geen water kan ontkomen, maar enkel