Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 11 —
Iioudt, zoo wordt tocli door de kracbt eene uitwerking voort-
getragt, maar eene uitwerking \an een' anderen aard,
namelijk drukking. Het ligchaam, waarop zij werkt, kan
zich niet bewegen, omdat het op de eene of andere manier
daarin Lelet wordt; maar diezelfde kracht, die nu druk-
king voortbrengt, zou beweging doen ontstaan, zoodra de
belemmering slechts wierd weggenomen.
Als ik een' pijl op een' boog heb gespannen, dan zullen,
zoo lang ik den pijl nog vasthoud, mijne vingers eene druk-
king tegen het benedeneinde ontwaren; laat ik hem ein-
delijk los, dan gaat die drukking over in beweging, en
de pijl snort henen. Heb ik een' vlieger opgelaten, dan
trekt hij aan het touw, dat ik in de hand heb, maar zoo-
dra ik hem vier, schiet hij verder uit, en dat met te meer
vaart, naar mate het trekken sterker was.
In de aangehaalde voorbeelden komt altijd een ligchaam
voor, van hetwelk de kracht uitgaat, en een ander, waar-
op die werkt; bij het werpen van een' bal is de hand het
ligchaam hetwelk de kracht uitoefent, de bal datgene
waarop de kracht werkt, hetgeen de uitwerking ondervindt.
Onder het voortbrengen van die uitwerking zien wij steeds
het ligchaam dat werkt, in aanraking komen met dat
hetwelk de werking ondergaat.
Het denkbeeld van kracht is ontleend aan menschen en die-
ren, maar wordt vervolgens ook aan niet levende Itgchamen
toegeschreven. Wanneer een bal, die in beweging is, tegen
een anderen, die stilligt, aanstoot, dan brengt hij dien
in beweging, even als hij zelf door de hand in beweging
is gebragt; en even als de hand kracht heeft uitgeoefend om
hem te bewegen, zeggen wij ook, dat de stootende bal
kracht uitoefent op den anderen, die gestooten wordt, en
die stillag. Omdat wij hier gelijksoortige uitwerking zien,
schrijven wij die dus ook aan eene soortgelijke oorzaak toe.
In 't algemeen zeggen wij, wanneer een ligchaam, van
welken aard ook, een ander in beweging brengt, dal het
eerste kracht uitoefent op het laatste. Hetzelfde zeggen
wij, wanneer een bewegend ligchaam door de werking van
een ander lot rust gebragt wordt, bijv. wanneer een val-
lend ligchaam door tegen den grond te stuiten tot rust