Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 288 —
«
voedsel, voor een deel althans, toekomt. De vermeerdering
van stof is geen schepping van iels dat te voren niet bestond,
maar een aanvoer, eene verplaatsing van deelen die elders,
en wel buiten de plant aanwezig waren. Het is daarmede
gelegen als met het onderhoud van menschen en dieren, en
op grond van die overeenkomst, spreekt men ook van de
voeding der plant. De vaste stof nu, waarmede de plant
zich voedt, komt er opgelost in of als vocht. In een ge-
heel droogen grond, hoe vruchtbaar die voor 't overige zijn
moge, groeit eene plant niet, ten minste als de lucht die
haar omringt, mede droog is, in enkel water wèl. Gedu-
rende den groei vinden wij dan ook in de geheele plant
vochten, waaraan de naam van plantensappen gegeven
wordt. Snijdt men in 't voorjaar een' stengel door, gelijk
bij het snoeijen plaats vindt, dan vloeit er vocht uit, en
somtijds in aanmerkelijke hoeveelheid-, overbekend loch is het
zoogenoemde tranen of bloeden van den wijnslok. Bevestigt
men boven op een' versch afgehouwen' stam een glazen
buis, dan ziet men het vocht daarin lot eene hoogle van
«-'c'ne en meer palmen opstijgen-, de oorzaak, die het sap
omhoog stuwt, moet dus wel krachtig zijn.
Er wordt derhalve vocht door den wortel uit den grond
opgenomen, en het zijn het worteleinde, de worlelvezels en
de haren, door middel van welke dat opzuigen uil den grond
voornamelijk geschiedt. Immers zijn deze verdroogd, en
daardoor ongeschikt geworden om op te zuigen, zoo als bij
het verplanten dikwijls het geval is, dan snijdt de tuinman
het verdroogde gedeelte af, daar de ondervinding hem geleerd
heeft, dat er anders toch geen behoorlijke groei plaats vindt.
Ook zonder wortel intusschen gaat er vocht in de plant
over. Want een afgesneden takje, een slek in vochtigen
grond gesloken, blijft leven-, een ruiker bloemen, met de
stelen in water gezet, houdt zich een' tijdlang frisch. En
geen wonder, de doorgesneden steel of stengel geeft aan het
vocht evenzeer gelegenheid om in le dringen als de worlel-
vezels doen. Dit frisch blijven is echter wèl te onderschei-
den van merkbaar voorlgroeijen, 't geen de ondervinding
leert dat dan alleen het geval is, als uit hel afgesneden on-
dereinde nieuwe worlels onlspruiten.