Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 285 —
grond gesloken, liel vermogen bezil om een' wortel le
vormen.
Tusschen het groeijen van wortel en stengel doet zich
al dadelijk een belangrijk verscliil op. Het langer worden
van den wortel en zijne lakken heeft aan het ondereinde
plaats. De stam of stengel, benevens zijne takken, worden
door de inhechting der bladeren als 't ware in geledingen
verdeeld. Deze geledingen groeijen in jeugdigen toestand
in de lengte, schijnbaar bij wijze van uitrekking, maar in-
derdaad door tusschenvoeging van nieuwe deeltjes. Die
lengte-groei duurt echter betrekkelijk maar kort, lerwijl de
wasdom in dikte gedurende het geheele leven der plant
zich voortzet. Daarom ziet men den stam van een' vol-
wassen' boom van den voet tot aan de kroon wel dikker,
maar.niet langer worden. Maakt men op eene wortelloot,
terwijl zij nog groeijende is, eenige dwarsslreepjes; meet
men de afstanden waarop zij zich van elkander bevinden,
en herhaalt men na eenigen tijd die meling, dan ziet
men ze nog altijd op dezelfde afstanden; alleen het uiterste
einde is langer geworden. Neemt men de eigen j)roef met
de loot van een takje, dan bespeurt men dat de streepjes
zich van elkander verwijderen.
^Val het dikker worden aangaat, dat geschiedt in wortel
en Slam op gelijke wijze. Tusschen houtlaag en bast, in
beiden aanwezig, vormt zich elk jaar eene nieuwe laag,
waarvan het grootste gedeelte, tot het hout behoorende, zich
daaraan aansluit; het overige heeft de natuur van den bast en
legt zich aan de binnenzijde daarvan aan. De oudere hout-
lagen worden inmiddels harder en drooger, even als het
merg, dat echter niet in omvang toeneemt. Bast- en schors-
lagen worden door den toenemenden groei van hel hout
als 't ware naar buiten gedrongen en grooter van om-
vang, waarbij men nog opmerkt, dat de buitenste schors-
lagen afsterven, gedeeltelijk afvallen en telken jare door
nieuwe en ruimere vervangen worden, 't geen me»>r bijzon-
der in 't oog valt aan de plalaanboomen. Hierbij heeft
somtijds eene eigenaardige verandering van het weefsel der
schors plaats, waardoor hare builenste lagen in een veer-
krachtig week ligchaam veranderen, dat men kurk noemt;