Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 284 —
wederom opvallen: wal is groeijen? Blijkbaar verslaan wij
onder plantengroei, of wasdom, de vermeerdering van den
omvang en de vorming van nieuwe deelen der planl.
ISaauwkeurige en langdurige waarneming nu heefl, omlrenl
de -wijze waarop dal plaats vindt, bet een en ander ge-
leerd, van welks juistheid wij ons dagelijks zelve vermogen
te overtuigen.
In bet zaad ligt de plant in 'l klein of de zoogenoemde
]<ie77i besloten. Aan den grond toevertrouwd, begint die
kiem, onder den invloed van warmte en vochtigheid, wel-
dra le groeijen, en zij komt uil het zaad te voorschijn als
een kleine wortel en een kleine stengel (zie Fig. 103),
Fig. 103. waarvan de zaadlobben aa, een of twee in aan-
tal, de eerste bladeren zijn. Deze hebben eene
eigenaardige gedaante, zeer verschillend van
die der eigenlijke bladeren, die zich aan en met
den stengel uit het bladpluimpje b ontwik-
kelen. Zoo toch noemt men den vroegsten vorm der kiem,
zoodra er werking in gekomen is. Aan den stengel, die
zich veelal in takken en takjes verdeelt, ontstaan na de
bladeren bloemen, en eindelijk vruchten met zaden. Ziedaar
de algemeene verschijnselen van den plantenwasdom, waar-
aan wij derhalve vermeerdering der hoeveelheid slof, waaruit
de plant beslaat, opmerken, en te gelijker lijd ordening en
rangschikking daarvan op eene bepaalde wijze. En in hoe
verbazend korten tijd geschiedt dat niet! Hoe vele planten
die in 't voorjaar maar eenige weken noodig hebben, om
bij millioenen voor den dag le komen, en in dat geringe
tijdsbestek eene en meer palmen hoogte bereiken! Wordt
niet een boom, die nog geheel kaal is, soms in weinige da-
gen als met een tent van bladeren overdekt 1 Doch van waar
komt al de stof, die de groeijende planl zich toeeigent?
Langs welke wegen geraakt zij ter plaatse, waar zij gevor-
derd wordt?. Welke is de kracht, die ze daarhenen drijft?
Om op al die vragen een grondig antwoord le vinden,
moeten wij de ontwikkeling der plant naauwlettend na-
gaan. Vooraf echter dient hier aangemerkt te worden,
dat niet enkel uit zaad, maar ook uit een afgesneden
takje of stek eene nieuwe plant ontstaat, als deze, in den