Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 282 —
strepen, gewooulijk spiegeldraden of niergstra/e/i geheelen.
Even als het hout, beslaat ook de bast uit kringen, maar
die veel digter op elkander liggen, en niel zoo gemakkelijk
te onderkennen zijn; bij den lindeboom kan men ze door
weeken van elkander scheiden, waardoor men de stof voor
de zoogenoemde Moskovische mallen verkrijgt. De schors
is gewoonlijk zeer groen van kleur en met een vlies over-
togen, dat den naam van opperhuid draagt.
In den ouderen stam vinden wij in eiken jaarkring de-
zelfde zigibare deelen, die de houilaag van den eenjarigen
stengel vertoont; de mergslralen loopen deels van hel merg
uil door al de jaarkringen heen, deels beginnen ze eerst
op eenigen afstand van hel merg.
Snijden wij den stengel niel overdwars maar overlangs
door, dan blijkt, dat het hout uit lange buisjes of zoo-
genoemde vaten bestaat, die in de rigling der lengte ge-
legen zijn; bij de dwars-doorsncde waren die buisjes door-
gesneden en vertoonden zich dus niet anders dan als ope-
ningen. Bij het onderzoek van het merg en de schors be-
vindt men, dat deze geen vaten bevatten, maar enkel uil
celletjes zamengesteld zijn, dat is, uil kleine vliezige zakjes,
die eene meer of minder ronde gedaante bezitten.
Onder de vaten onderscheidt men ligtelijk van de gewone
vaten de spiraalvaten, die aan de binnenzijde van het hout
tegen het merg aan gelegen zijn, en die alzoo heeten, om-
dal men ze, 't geen de gewone vaten niel toelaten, kan uit-
trekken, en alsdan bespeurt dat hel spiraalvormig of bij wijze
van een'kurketrekker gewonden draden zijn (zie Fig. 101).
Fig. 101. Behalve de opgenoemde vaten, die naast elkander
geplaatst zijn, zonder gemeenschap onderling te heb-
ben, vindt men, ofschoon zeldzamer, nog eene derde
veel dunner soort van vaten, die zich nelswijze ver-
takken en melkvaten geheelen worden. De bast be-
staat uit vezels, eene soort van verlengde cellen,
die als 't ware het midden houden tusschen cellen
en vaten, en zich in de lengte met elkander verbin-
den. Die zoogenaamde ^iwi-iwzc/^ worden dikwijls tol kunst-
weefsels gebezigd, als daar zijn die van het vlas, den hennep,
de brandnetel en vele andere.
mam