Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- L>«1
zeer vergroot afgebeeld is. Zij is gewoonlijk bijna cirkel-
rond en verdeeld in vier onderscheiden
deelen: het middelste is liet zoogenoemde
merg van de plant-, het kringvormig deel
dat daarom heen ligt, heet de houüaag;
daarop volgt een smalle kring, de hasl;
terwijl het buitenste deel de schors is.
Bezien wij daarentegen de dwars-door-
snede van een' boomstam, die reeds een aantal jaren telt,
dan vinden wij daarin die vier voorname deelen, hei merg^
de houtlaag, den bast en de schors wel weer terug, maar
(zie Fig. 100) de houllaag neemt hier betrekkelijk veel
Fig. 100. meer ruimte in dan de overige deelen,
en vertoont niet een' maar een aantal
kringen, die den naam van jaarkringen
dragen. Hoe meer jaren toch de boom
geleefd heeft, des le grooter ook is het
aantal van ki*ingen, en zoo men ze lelt
bij een'stam, van welken men weet hoe-
veel jaren hij geleefd heeft, dan vindt men, dat het aantal
der kringen juist gelijk is aan het aantal levensjaren. Nog
maakt men onderscheid tusschen het eigenlijke hout en het
spint; dit laatste is hel buitenste gedeelte van het hout,
't geen onmiddellijk onder den bast ligt, minder hard en
minder donker gekleurd is, en meer sappen bevat dan
het hout.
Aan een zeer dun dvvarsschijfje van een' stengel of
stam, als men hel zeer naauwkeurig met een vergrootglas
beziet, neemt men in elk der hoofddeel en weder eene me-
nigte van onderdeelen waar. Wij merken dan vooreerst in
beiden eene menigte kleine openingen op, sommige kleiner,
andere wat grooter, beiden kennelijk van elkander onder-
scheiden. In het merg van den jongen stengel zien wij de
openingen naar den omtrek kleiner en meer groen van
kleur worden; de buitenste zijn nog met zeker sap gevuld.
In den ouderen stam heefl het geheele nierg eene en de-
zelfde kleur, en in de kleine openingen is geen vocht meer
waar le nemen.
In de houllaag loopen van hel merg lot aan den bast