Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 10 —
is van de beweging, die er plaats heeft. Geen beweging
ontstaat zonder uitoefening van kracht. Ook dat leert ons de
eigen ondervinding-, wij zeggen wel: er is geen kracht noo-
dig, om een veer te bewegen, om een snipper papier of
een zandkorrel op te rapen, maar dat is eene oneigenlijke
uitdrukking, wij willen dan alleen te kennen geven, dat
er niet dan eene geringe kracht toe vereischt wordt.
Kracht is dus oorzaak van beweging; beweging het ge-
volg van krachtaanwending. Die kracht wordt door een
menschelijk of dierlijk ligchaam uitgeoefend, en door haar
wordt een ander ligchaam in beweging gebragt. Maar ook
omgekeerd is kracht de oorzaak, die eene beweging doet
ophouden of althans vertragen. Wanneer wij een ligchaam,
dat van eene helling neèrglijdt, grijpen, en door het vast
te houden doen stilstaan, gevoelen wij, dat wij eene der-
gelijke inspanning gebruiken, als wanneer wij een' bal
wegwerpen, of een' pijl afschieten. Wanneer de schipper,
met het touw in de hand, dat aan de schuit is vastgemaakt,
aan den wal springt, terwijl de schuit nog in de vaart is,
en aan dat touw naar achteren trekt, om de schuit te doen
stilhouden, oefent hij evenzeer kracht uit als wanneer hij,
om de stilliggende schuit in beweging te brengen, begint
naar voren aan de lijn te trekken. Is de schuit in snelle
beweging, dan zien wij, ten gevolge van de door hem
aangewende kracht, die beweging wel verminderen, maar
toch niet dadelijk ophouden; gebruikt hij nog meer kracht,
dan komt de schuit eindelijk geheel tot stilliggen. Wij zien
dus hier, dat kracht ook de oorzaak is, die beweging doet
vertragen of geheel ophouden.
Maar er is nog een geval, waarin kracht gebezigd wordt,
zonder dat daarbij beweging ontstaat, of een bewegend lig-
chaam tot rust gebragt wordt. Wanneer ik met de hand
op de tafel, of tegen den muur druk, span ik mij insgelijks
in, oefen ik ook kracht uit, ofschoon de tafel, de muur op
hare plaats blijft. Om een zwaar ligchaam in de hand te
houden, zonder dat ik deze nog beweeg, om eene mand
op het hoofd te dragen, is kracht noodig; even zoo, wan-
neer een ezel een' last op zijn' rug torscht.
Ofschoon in deze gevallen geen beweging ontstaat of op-