Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 278 —

helmdraad bevestigd-, hel zijn meestal twee zakjes, waarin
zich een lijn poeder bevindt, het stuifmeel, dat bij ver-
grooting uit kleine korreltjes blijkt te beslaan, en gedu-
rende hel bloeijen zich uit de helmknopjes ontlast.
Aan ieder stampertje (Fig. 98) zijn doorgaans drie deelen
Fig. 98. waar le nemen: het onderste deel a, dat
men het vruchtbeginsel noemt, het mid-
delste de Ä<y7 geheeten, en hel bovenste
c, dal de stempel genoemd wordt.
De vrucht is niet anders dan hel zoo
even genoemde vruchtbeginsel, dat groo-
ter geworden is, terwijl de andere deelen
der bloem gewoonlijk na den bloei afvallen. Aan de vrucht
onderscheidt men het uitwendige, of het vruchtbekleedsel,y^n
het inwendige, of het zaad. Het eerstgemelde is somtijds al-
leen een vlies dat zeer naauw met hel zaad verbonden is, zoo
als bij tarwe en haver; dikwijls echter maakt dit het grootst
gedeelte van de vrucht uit, en is van hel zaad zeer gemak-
kelijk te onderkennen, gelijk bij de peulvruchten, appelen,
peren, kersen, enz. Het vruchtbeginsel springt bij de rijp-
wording open om de zaden te ontlasten, zoo als bij erwten
en boonen, papaverbollen, enz., of het wordt vleezig en
saprijk en blijft gesloten, gelijk bij steenvruchten, bessen,
meloenen, appelen, enz. gezien wordt.
II.
Onderscheid tusschen Planten.
De planten leveren ook onderling eene groote verschei-
denheid op, en dat op velerlei wijze. Er zijn er waarbij
enkele der opgenoemde deelen, en wel vooral van de bloem
en vrucht, ontbreken, of althans hoogst moeijelijk zijn te
ontwaren, gelijk dit het geval is met de paddestoelen en
schimmelplanten, de wieren, mossen, varens en meer.
Voorts onderscheiden ze zich/van elkander, niel enkel
door de menigerhande gedaanten die dezelfde deelen ver-
toonen, maar ook door de onevenredige grootten, welke
sommige dier deelen verkrijgen. Welk eene verbazende
ontwikkeling nemen wij niel aan de wortels der koolrapen