Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 977 —
gedaante. Aan de meeste Lladeren onderscheiden wij eene
bovenste en onderste oppervlaiite, waarvan de eerste door-
gaans donkerder kleur heeft dan de tweede. Voorts loopen
er gemeenlijk aderen of nerven doorheen (zie Fig. 93), die
zich veelvuldig vertakken, en het zoogenoemd
geraamte van het blad vormen, gelijk men
vooral fraai aan een uitgeslagen eiken- of
o o
populierblad zien kan; een zachter weefsel
vult de tusschenruimten aan. Men onder-
scheidt eindelijk de bladeren in enkelvoudige
en zamengestelde, naar male er aan een' steel
een of wel meerdere bladeren (zie Fig. 94)
vastzitten.
De bloem is dat deel der plant waaruit
de vrucht te voorschijn komt. Zij be-
staat gewoonlijk uit vier kransen (zie
Fig. 95), uit een' kelk a, eene hloem-
kroonb, uit meeldraden c enuit^to/zj-
pertjes d. In Fig. 90 is de dwarsche
doorsnede eener bloem voorgesteld,
om de benaming van kransen voor
alle vier die deelen
en hunne betrekke-
lijke ligging begrij-
pelijker te maken.
De kelk is het on-
derste en buitenste,
gewoonlijk groen ge-
kleurde omwindsel-, de bloemkroon is het daaropvolgende,
teedere, meest anders dan groen gekleurd deel-, beiden be-
staan uit ée'n of meer blaadjes. Van kelk en bloemkroon
lalen zich de meeldraden en stampertjes gemakkelijk onder-
kennen, als die eene geheel andere gedaante hebben. Niet
Fig. 97.
bij alle bloemen evenwel komen deze vier
kransen voor; zelfs lot drie toe kunnen er
ontbreken.
Aan eiken meeldraad (Fig. 97) onder-
scheidt men den helmdraad a en het hehn-
knopje b. Dit laatste is op den top van den