Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 296 —
zij gewoonlijit Lestaan uil een'wortel en een'stam, en dal wij
aan den slam, bladeren, bloemen en vrucliten zien. De
wortel is dat gedeelte, dat gemeenlijk naar omlaag schiet,
en in den grond, in het waler, of soms in spleten van
steenen, ook wel in de oppervlakte van andere planten
dringt. Hij is doorgaans langwerpig en wordt naar onderen
dunner, hij verdeelt zich dikwerf in zijtakken en eindigt in
dunne vezels, worleh'ezels geheeten; wijders is hij meestal
bedekt met haartjes. Somtijds wordt de wortelstam of wor-
tellak plotseling dikker en vormt een' knobbel, dien wij
dan liuol noemen, dit is bij de radijs bijv. het geval.
De stengel is dat gedeelte der plant, waaruit de bladeren
en bloemen voortspruiten. Gewoonlijk bevindt hij zich dus
lioven den grond, niet altijd evenwel, want bij onderschei-
den gewassen komt een groot deel van den stengel niet
voor den dag, zoo als bij het ])ekende onkruid, de kweek
of het duivels-naaigaren. Ook de aardappelen maken daarop
eene uitzondering; deze zou men len onregte voor wortels
houden, het zijn inderdaad niet anders dan stengels. Bij
waterplanten staat de stengel geheel of gedeeltelijk in het
waler. RJen noemt hem stnni, als hij houtachtig is en vele
jai-en voortduurt, zoo als bij hoornen en struiken. Mij be-
houdt daarentegen den naam van stengel, als hij alle jaren
afsterft, gelijk bij kruiden het gev^l is. Aan grassen en
granen echter, ofschoon die tot de kruiden behooren, wordt
hij, om zijne holheid en eigenaardige verdeelingen in gele-
dingen, Jialm geheeten. Bij de meeste planten verdeelt zich
de stengel in takken. Of voorts die lakverdeeling bij hout-
achtige gewassen reeds dadelijk, van den grond af aan,
plaatsgrijpt, dan wel eerst op eene zekere hoogte, dit maakt
het onderscheid uit tusschen struiken en hoornen.
De bladeren zijn meestal groene, vliezig-vlakke, zijde-
lingsche uitbreidingen van stengel of takken. Hun bestaan
bepaalt zich doorgaans maar tot een' enkelen zomer, zij val-
len dan gewoonlijk reeds in 't najaar af. Bij enkele ge-
wassen echter duren zij langer, ja ettelijke jaren zelfs, aan
de zoogenoemde altijd groene heesters en boomen bijv.,
waartoe de dennen en sparren behooren; bij deze laalsle
noemt men ze naalden, om hunne smalle, spitse en stijve