Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 273 —
Dfi andere genoemde steensoorten zijn van geheel ver-
schillenden aard; azijn er op gegoten, veroorzaakt geen
luchtontwikkeling, en verhitting verandert ze niet. In
den zandsteen onderscheidt men, 't zij met het hloote oog,
of onder het vergrootglas, duidelijk eene menigte kleine
zandkorrels, en ook op 't gevoel heeft die steen over-
eenkomst met zand. Lei-steen, op de Lreuk, vertoont
geen afzonderlijke deeltjes of korrels, maar bestaat blijk-
baar uit eene menigte dunne lagen. Molensteen en duif-
steen onderscheiden zich beiden door de kleine gaatjes, die
daarin, vooral in den duifsteen, ziglbaar zijn. Duifsleen
ziel men bovendien dikwerf met andere stukken van ver-
schillenden aard vermengd, bijv. met eene zeer ligte vezel-
achtige steensoort, bekend onder den naam van puimsteen,
die op water drijft. Ook vindt men er stukjes van ver-
koolde boomtakken in, alsmede figuren, die in alle bijzon-
derheden de beelden van bladeren wedergeven, en die zich
daarin eveneens vertoonen, alsof men zulke bladeren in
eene weeke stof had afgedrukt, die naderhand hard was
geworden.
Nog eene zeer merkwaardige delfstof zijn de steenkolen,
als brandstof bij ons wel bekend, die ook, even als de ge-
noemde steensoorten,.uit andere landen overgebragt worden.
Zij vertoonen zich als stukken van donkerzwarte kleur,
glinsterend van oppervlak, dikwerf gemakkelijk in lagen
te splijten. De hoofdeigenschap, waardoor zij zich van
zand, klei en steenen onderscheiden, bestaat daarin, dat zij
bijna geheel kunnen verbranden; want wat zij aan onver-
brandbare stof als asch overlaten, is betrekkelijk zeer gering.
Steenkolen bestaan voornamelijk uit koolstof, waterstof en
zuurstof, en hebben dus, wat hare zamenstelling betreft,
veel overeenkomst met planten. Dat ze inderdaad uit plan-
ten ontstaan zijn, wordt ook waarschijnlijk, als wij stukken
steenkool naauwkeurig bezien; men treft namelijk daarin
dikwerf overblijfselen aan van plantaardige natuur.
Behalve steenkool vindt men ook andere brandbare stof-
fen in den grond, vooral zwavel, die tot velerlei einden
jrebezigd wordt.
O O
Nog eene eigen klasse van delfstoffen kennen wij on-
18