Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 270 —
thans is het strand lot zeer digt hij de kerk genaderd. In
Zeeland is hetgeen vroeger het oostehjk gedeelte van Zuid-
Beveland uitmaakte, in onzen leeftijd grootendeels water.
Maar ook het omgekeerde is gebeurd. Wij vinden op
vele plaatsen land, waar vroeger zee was. Op vele eilan-
den van Zeeland heeft zich nieuw land gevormd, bekend on-
der den naam van schorren of aanwassen-, afzonderlijke kleine
eilanden zijn daardoor grooter geworden, en eindelijk tot een
geheel verbonden-, dit is het geval met Noord- en Zuid-
Beveland, die vroeger door een wijd vaarwater van elkan-
der gescheiden waren, mei Duiveland en Schouwen en meer
andere. In den Biesbosch, die vóór vier eeuwen niets dan
waler was, zijn sedert dien tijd weder eene menigte kleine ei-
landen ontstaan, welke nog gedurig toenemen en te zamen
reeds | van den Biesbosch beslaan. In Friesland bestond vóór
O
eenige eeuwen een meer, de Middelzee genoemd, en gelegen
tusschen Sneek, Bolsward en Leeuwarden; daar vindt men
thans niet dan land. Langs de rivieren wordt niet enkel
land opgehoogd, zoo als wij straks zeiden, maar op vele
plaatsen wordt ook nieuw voorland gevormd, zoodat er
thans uilerv^'aarden beslaan waar vroeger de rivier stroomde,
en dat plaatsen, die vroeger aan de rivier lagen, er nu een
vierendeel uurs of een half uur van verwijderd zijn, zoo als
bijv. het geval is met Vlaardingen en Maassluis.
Als wij van deze veranderingen spreken, zeggen wij ge-
woonlijk, dat water land, of land water geworden is-, die
spreekwijs intusschen is zeer onjuist-, daar waar thans water
is, en te voren land was, leert ons de geschiedenis, dat de
golfslag stukken van het land afgebrokkeld heeft en dat de
stroom die naar elders heeft medegesleept. Het land is dus
verplaatst, en het water heeft de ledige plaats ingenomen-,
maar de aarde of de klei of het zand, die daar voorhanden
waren, zijn niet in water veranderd. Evenmin is daar,
waar land ontstaat, water in zand of klei overgegaan; maar
uit de ruimte, waar zich het water bevond, is dit door vaste
sloffen verdreven geworden. Wij zagen reeds, hoe de klei
van de uiterwaarden niet anders is dan slib, die in het ri-
vierwater drijvende was, en die bezinkt, wanneer het water
tot stilstand komt; die slib is elders, te welen hoogerop.